Pages

Posts tonen met het label debat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label debat. Alle posts tonen

zondag 12 juni 2011

Leuke politieke debatten zijn vaak het minst zinvol

Op 22 juni hoop ik te promoveren tot doctor in de politicologie. Bij het onderliggende proefschrift 'Political Parties and the Democratic Mandate' behoren twaalf stellingen. In deze serie een korte toelichting op enkele van de meest prikkelende. De eerste aflevering: 'Leuke politieke debatten zijn vaak het minst zinvol'


Het Nederlandse vragenuurtje is vaak behoorlijk saai. Kamerleden buitelen over elkaar heen om de mogelijkheid tot gratis publiciteit te benutten, maar het debat leidt meestal tot niks. De Tweede Kamer weet zelf ook niet precies meer wat ze met het vragenuur moet en experimenteert daarom met de opzet. Meer vragenstellers, maar minder interrupties. Geen aanvullende vragen, of toch weer wel. Varianten genoeg, maar onverdeeld succesvol is het niet. Nu vraagt de Tweede Kamer maar aan het publiek hoe ze zou moeten discussiëren.

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.

Vaak wordt in Nederland bewonderend gekeken naar de Britse parlementaire politiek. In Westminster, daar wordt tenminste politiek debat op het scherpst van de snede gevoerd. De Britse Prime Minister's Questions geven vrijwel elke week politiek vuurwerk. Premier tegen oppossitieleider. Dat is pas leuk.

Leuk is het zeker. Maar de vraag is of het ergens toe leidt. Je kunt zeggen dat een debat zinvol is als het vermakelijk is of als het tenminste enig inzicht geeft in de politieke tegenstellingen. In dat opzicht gooit het Britse parlement hoge ogen. Maar de belangrijkste functie van het parlement is niet het verzorgen van een wekelijks cabaret of het vrijblijvend roeptoeteren van wat er in je opkomt na het lezen van de Telegraaf. Kamerleden moeten de regering op een zorgvuldige wijze controleren en goede wetten maken. Juist op deze punten bestaan nogal wat zorgen.




De kwaliteit van het politieke debat kan worden vastgesteld met behulp van de Discourse Quality Index, ontwikkeld door Steiner et al. Zij kijken naar de mate waarin politici respectvol met elkaar omgaan en bereid zijn te luisteren naar elkaars argumenten. Daarbij laten ze zien dat juist in consensusdemocratiën, zoals Zwitserland (en Nederland), maar ook in het Europees Parlement, de kwaliteit van het parlementaire debat hoger is dan in meerderheidsstelsels zoals Engeland. Juist in een respectvol debat wordt de regering echt scherp gehouden en de wetsvoorstellen kwalitatief beter. Niet voor niets dat veel Eerste Kamerleden juist deze argumenten noemen ter verdediging van de rol van hun instituut.

Het neerzetten van politieke verschillen is nodig. Maar het heeft weinig zin om net als in Engeland een ritueel gevecht tussen regering en oppositie te ensceneren. De oppositie is boos/verontwaardigd/verontrust en de regering zegt dat het allemaal wel mee valt/ze de problemen al aan het aanpakken zijn/ze daar nu zeker stevig mee aan de slag gaan. En dat is nog het beste geval. Tijdens het Britse vragenuur vangen de heren elkaar vooral professioneel vliegen af. Leuk, maar je schiet er niets mee op. Je lost de drang van Tweede Kamerleden om in het nieuws te komen niet op met een poging het vragenuur 'op te leuken'. We krijgen daarmee misschien meer vermaak op de dinsdagmiddag, maar geen beter functionerend parlement.

vrijdag 18 maart 2011

Kernenergie: veroordeeld tot de status quo

Nut en noodzaak van kernenergie staan net als 25 jaar weer stevig ter discussie na een ernstig ongeluk in een kerncentrale. Net als in het midden van de jaren '80 raakte kernenergie de afgelopen jaren steeds meer geaccepteerd, maar de gebeurtissen in Japan lijken dat hernieuwde vertrouwen weer een stevige dreun te hebben gegeven. Of u dat nu onkies vindt of niet, het debat over de wenselijkheid van atoomstroom staat weer op de agenda.

Los van de vraag naar mijn persoonlijke voorkeur lijken er twee houdbare posities in dit debat te zijn. Aan de ene kant staan tegenstanders die kernenergie afwijzen vanwege veiligheids- en afvalproblemen en omdat het een transitie naar echt duurzame energieopwekking alleen maar tegen zou houden. Aan de andere kant staan voorstanders die wijzen op de relatief geringe CO2-uitstoot van kernenergie, olie-afhankelijkheid en beargumenteren dat de risico's van kernenergieproductie en opslag van radioactieve materialen goed hanteerbaar zouden zijn. Tegenstanders willen zo snel mogelijk af van kerncentrales, voorstanders willen graag nieuwe centrales bouwen, waarbij zij er (terecht) op wijzen dat deze veiliger zijn dan oude centrales. Diezelfde voorstanders zouden dan overigens ook moeten beargumenteren dat oude centrales moeten worden vervangen, in plaats van steeds langer opengehouden.

De slinger van de publieke opinie zorgt er echter voor dat geen van beide keuzes echt wordt gemaakt. De kerncentrale in Borselle zou in 2004 gesloten worden, maar een volgend rechts kabinet draaide dit besluit terug. In Duitsland tot voor kort precies hetzelfde verhaal. Aan de andere kant maken ernstige incidenten als dat in Japan het ook zeer lastig om de handen op elkaar te krijgen voor nieuwe centrales. Het resultaat is dat de status quo regeert: we zitten opgescheept met een draak van een compromis. Relatief veel oude centrales die steeds maar niet gesloten kunnen worden en dus steeds maar weer worden opgelapt.

Er is behoefte aan een lange-termijnvisie die over een langere periode consequent wordt uitgewerkt. Die visie moet op lange termijn uitmonden in een volledig duurzame energievoorziening. Als kernenergie daar (in de transitieperiode) deel van zou uitmaken - liever niet - dan wel op een moderne manier. Als we onszelf veroordelen tot de status quo, bewijzen we onszelf en de toekomstige generaties allerminst een dienst.