Pages

vrijdag 5 maart 2010

Leiden 2010: Wie wint waar?

De gemeente Leiden heeft de gedetailleerde uitslag van de verkiezingen op de website gezet, hetgeen uitnodigt tot fijne analyses. Zo heeft Simon Otjes al een ruimtelijk model van het Leidse stemgedrag gemaakt, waarin hij wijken en partijen naast elkaar legt. Zo valt een scheidslijn te trekken tussen volkswijken waar men socialistisch en populistisch stemt aan de ene kant en binnenstad en rijkere wijken waar men liberaal (in ruime zin) stemt.
Deze patronen zijn ook terug te zien in onderstaande tabellen, waar het stemgedrag per partij per wijk/district staat vermeld. Bij elke partij is steeds het beste resultaat groen, het slechtste rood.

district / stembureau

totaal

PvdA

SP

VVD

CDA

GL

D66

Leiden totaal

51.969

15,30

10,00

13,40

8,90

8,70

24,60

0 Binnenstad-Zuid

4.684

11,60

7,40

16,40

8,80

11,20

28,80

1 Binnenstad-Noord

6.553

13,00

9,60

13,60

7,40

11,10

27,10

2 Stationsdistrict

871

13,10

8,50

13,20

7,80

14,50

23,90

3 Leiden Noord

3.770

21,20

15,50

9,50

5,10

7,30

19,20

4 Roodenburgerd.

9.742

12,70

10,20

13,30

9,70

7,70

28,80

5 Bos- en Gasthuisd.

7.902

16,00

10,50

12,50

11,10

6,70

22,90

6 Morsdistrict

4.520

16,50

9,60

13,30

9,50

9,10

20,50

7 Boerhaavedistrict

1.730

17,30

5,10

13,80

11,00

12,90

27,90

8 Merenwijkdistrict

6.297

17,90

9,90

14,80

8,60

8,30

23,50

9 Stevenshofdistrict

4.525

17,40

11,10

13,10

8,90

5,30

18,00

Extra stembureau

1.375

14,10

7,90

13,80

6,70

14,60

29,10

district / stembureau

totaal

CU

LL

SLO

PvdD

PS

ST

Leiden totaal

51.969

3,60

3,90

6,50

3,50

0,60

0,90

0 Binnenstad-Zuid

4.684

3,30

1,60

5,70

3,60

0,40

1,30

1 Binnenstad-Noord

6.553

3,90

2,30

6,90

3,30

0,30

1,50

2 Stationsdistrict

871

3,00

1,60

8,60

4,20

0,30

1,30

3 Leiden Noord

3.770

3,00

6,20

7,50

3,30

0,70

1,70

4 Roodenburgerd.

9.742

3,20

2,80

6,90

3,60

0,50

0,70

5 Bos- en Gasthuisd.

7.902

3,60

5,10

5,90

4,00

0,80

0,70

6 Morsdistrict

4.520

3,80

4,90

7,60

4,10

0,50

0,70

7 Boerhaavedistrict

1.730

2,80

1,60

4,60

2,10

0,40

0,60

8 Merenwijkdistrict

6.297

4,00

4,40

4,40

2,80

1,00

0,20

9 Stevenshofdistrict

4.525

4,70

7,20

8,80

4,20

0,70

0,60

Extra stembureau

1.375

4,60

1,50

4,40

2,10

0,50

0,70


Zo valt te zien dat PvdA en SP het vooral goed doen in Leiden-Noord, D66 en de VVD in de binnenstad, het CDA in het Bos- en Gasthuisdistrict, GroenLinks op en rond het station (extra stembureau), en CU, Leefbaar Leiden, Stadspartij LO en de PvdD in de Stevenshof. Dit komt in grote lijnen overeen met Simons model. Van alle districten komt de uitslag van Merenwijk het sterkste overeen met die van heel Leiden: de correlatie is 0.9859.

Maar waar hebben partijen nu gewonnen of verloren ten opzichte van 2006? In onderstaande tabel wordt de procentuele verandering van het aantal stemmen weergegeven (alleen voor de partijen die in 2006 ook al mee deden).

PvdA

SP

VVD

CDA

GL

D66

CU

LL

SLO

Leiden totaal

-33%

-39%

-2%

-17%

-8%

290%

-38%

-22%

59%

0 Binnenstad-Zuid

-23%

-46%

-24%

-5%

-8%

172%

-33%

-38%

19%

1 Binnenstad-Noord

-32%

-41%

-16%

-8%

-10%

227%

-29%

-39%

60%

2 Stationsdistrict

-29%

-45%

-11%

-5%

1%

163%

-52%

-48%

65%

3 Leiden Noord

-31%

-26%

36%

-9%

-9%

347%

-9%

-11%

97%

4 Roodenburgerd.

-33%

-44%

-1%

-29%

-5%

405%

-58%

-39%

28%

5 Bos- en Gasthuisd.

-32%

-36%

2%

-7%

-12%

367%

-45%

-16%

69%

6 Morsdistrict

-34%

-42%

17%

-14%

-4%

294%

-38%

-2%

55%

7 Boerhaavedistrict

-17%

-56%

-5%

-11%

-30%

299%

-43%

-43%

53%

8 Merenwijkdistrict

-26%

-34%

-3%

-24%

-7%

267%

-33%

-12%

47%

9 Stevenshofdistrict

-44%

-26%

1%

-23%

-13%

246%

21%

-1%

144%

Extra stembureau Station

-25%

-56%

1%

0%

-13%

194%

-12%

-58%

91%

De grootste veranderingen zijn natuurlijk te zien bij D66, dat in het Roodenburgerdistrict de aanhang met ruim 400% ziet groeien. Ook in andere wijken doet D66 het natuurlijk goed, maar het minste wint de partij in het Stationsdistrict. De PvdA verliest juist in alle wijken, het sterkste (-44%) in de Stevenshof. In het Boerhaavedistrict weet de partij de schade juist te beperken. Voor de SP is het beeld juist precies omgekeerd: beperkt verlies in de Stevenshof, een slechte beurt in het Boerhaavedistrict. De VVD doet het goed waar je het niet verwacht: in Leiden Noord. Hoewel Noord zeker geen VVD-wijk is geworden, is het stemmenaantal van de VVD er wel met 36% toegenomen. In de Binnenstad-Zuid moet de VVD juist veel toegeven.

De Christelijke partijen verliezen in het Roodenburgerdistrict; het CDA verliest slechts beperkt in de binnenstad, de CU doet het relatief goed in de Stevenshof. Bij GroenLinks is het Boerhaavedistrict een sterke negatieve uitschieter. De partij verliest in de hele stad ongeveer 8% van haar kiezers, maar in dit district 30% (in 2006 was dit nog de beste wijk van GL). In het stationsdistrict weet GroenLinks een klein winstje te boeken. De Stadspartij Leiden Ontzet maakt de grootste klapper in de Stevenshof (+144%, van 3,6% naar 8,8% van de stemmen). In de binnenstad weet de partij relatief weinig nieuwe stemmers te trekken. Leefbaar Leiden verliest het minste in de Stevenshof, het meeste in het Roodenburgerdistrict.

De uitslagen en verschuivingen per wijk zijn wellicht niet heel verrassend: D66, GL, VVD doen het goed in de binnenstad, SP en PvdA in Noord en de overige partijen in de Stevenshof. Voor de partijen is het echter wel waardevol om te kijken waar hun kiezers zitten. Dan kunnen ze in de aanloop naar 9 juni alles op alles zetten om hen naar de stembus te krijgen.

donderdag 4 maart 2010

Coalities in Leiden 2010: spaar ze alle 1023

Na de klinkende overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart, gaat D66 maandag het initiatief nemen bij de formatie van een nieuw college van B&W. Volgens burgemeester Lenferink gaat dat niet zo'n eenvoudige klus worden, want de kiezer heeft de samenstelling van de Raad flink veranderd. De burgemeester heeft alleen al vanuit een puur cijfermatig oogpunt gelijk. In de nieuwe gemeenteraad hebben 10 partijen zitting. Dat betekent dat er 2 tot de macht 10 colleges (min 1) = 1023 verschillende coalities mogelijk zijn. De helft daarvan (512) heeft een meerderheid.

Natuurlijk zullen veel van die 512 combinaties niet worden overwogen. Eén van die 512 combinaties is namelijk een situatie waarin alle partijen deelnemen in het college; dat ligt niet echt voor de hand. Als we het aantal coalitiezetels beperken tot maximaal 30, blijven er 432 mogelijkheden met een meerderheid over; bij maximaal 25 zetels, zijn het er 277 (zie grafiek). Als we alleen coalities in ogenschouw nemen die minimal winning zijn (namelijk dat geen enkele van de coalitiepartijen kan opstappen zonder dat de coalitie haar meerderheid verliest), neemt het aantal al drastisch af, tot 46. Maar bijna alle minimal winning coalities hebben precies 20 van de 39 zetels; dat is wellicht wat riskant.



Inderdaad, een hoop mogelijkheden tussen de 20 en de 25 zetels. Laten we ons beperken tot een aantal voor de hand liggende opties.



Allereerst staat het 'oude' college (inclusief GroenLinks) genoteerd. Deze combinatie haalt precies 20 zetels. Het is zo ongeveer de enige voor de hand liggende combinatie zonder D66, maar gezien het aftreden van wethouder Steegh en het uittreden van GroenLinks uit dit college kort voor de verkiezingen niet echt te verwachten.

Eén mogelijkheid die Leiden uit het verleden nog kent is een Paarse coalitie (D66, PvdA, VVD), eventueel aangevuld met GroenLinks. Beide combinaties hebben een meerderheid, met GroenLinks erbij zelfs een ruime 26 zetels. Op een aantal dossiers moeten hier dan wel pijnlijke beslissingen worden genomen (RGL, Oostvlietpolder, Ringweg Oost). D66 heeft immers al duidelijk aangegeven wat zij hiermee wil.

Als Paars geen optie is, dan misschien een coalitie van de 'winnaars' van de verkiezingen. Echter, de overwinning van D66 was zo groot dat bijna alle andere partijen verloren. Samen met de Stadspartij en de PvdD komen ze er niet. Een aanvulling met CDA, GroenLinks en/of SP (kies uit, allen 4 zetels) zou de meerderheid in zicht kunnen brengen. Met deze drie partijen valt wellicht op de lastige dossiers het gemakkelijkste tot een overeenkomst te komen.
Twee meer traditionele opties zijn ook nog een mogelijkheid: centrum-rechts (D66, CDA, VVD) of centrum-links (D66, PvdA, GroenLinks en/of SP). Al deze opties hebben ook 20 of meer zetels.

Kortom: er is een hoop mogelijk, maar het luistert nauw; veel minimal winning coalities komen uit op precies 20 zetels en dat is wellicht toch wat krap. Een college zonder D66 is echter welhaast onmogelijk en ondenkbaar. Ook de VVD en PvdA komen vaak voor in de grafiek hierboven (4 van de 6 meerderheidsopties). Hoewel D66 ook de Stadspartij en de PvdD serieus wil meenemen in de onderhandelingen, zijn er maar weinig coalities waarbij zij een logische en nuttige aanvulling zijn (ze hebben immers ook maar resp. 2 en 1 zetels). Veel kan, de bal ligt nu bij D66.