Pages

Posts tonen met het label 2010. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2010. Alle posts tonen

donderdag 10 juni 2010

Verkiezingen 2010: de Leidse uitslagen

Nu de stofwolken van de uitslagenavond zijn opgetrokken, kunnen we de verkiezingsuitslagen in Nederland vergelijken met die in Leiden. Onderstaande grafiek geeft de uitslagen van de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 en 2010 weer, evenals die van de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Duidelijke winnaars zijn in Leiden ook de PVV en D66: van 5%/4,5% naar 13%/14%. Beide partijen zijn dus meer dan verdubbeld. Ook de VVD en GroenLinks wisten in Leiden winst te boeken van ongeveer 3 respectievelijk 1,5 procentpunt. Verliezers zijn het CDA (min 10 procentpunt) en de SP (-8,4 procentpunt). De Partij van de Arbeid boekt weliswaar een klein verlies, maar weet zich wel te handhaven als grootste partij. Ook is de PvdA-uitslag duidelijk beter dan bij de gemeenteraadsverkiezingen. We zien dat drie van de vier ‘oude’ collegepartijen het beter doen bij de Tweede Kamerverkiezingen dan bij de gemeenteraadsverkiezingen: PvdA, VVD en GL. D66 doet het juist aanmerkelijk minder goed dan in maart. Dit suggereert dat D66 destijds een goede uitslag heeft geboekt, mede gebaseerd op lokale factoren.


De patronen van winst en verlies in Leiden lijken erg op de landelijke trends: partijen die landelijk winnen, winnen ook in Leiden, partijen die landelijk verliezen, doen dat ook in Leiden. Je ziet wel dat de meeste partijen het in Leiden qua procentuele winst of verlies iets slechter doen dan landelijk. Zo verliest het CDA in Leiden meer dan de helft van haar stemmen (-61%), terwijl het CDA landelijk 48% van haar aanhang uit 2006 verliest. D66 wint landelijk 245% procent; in Leiden ongeveer 210%. De VVD en GroenLinks winnen weliswaar in Leiden, maar procentueel is de winst kleiner dan gemiddeld in het hele land. De PvdA en PvdD verliezen in Leiden minder dan in landelijk, terwijl CDA en SP juist meer verliezen dan landelijk. De PVV doet het in Leiden iets beter dan landelijk.


Deze tendensen vertalen zich in een iets andere krachtsverhouding in Leiden ten opzichte van het landelijke beeld, dan voorheen. In onderstaande grafiek wordt de steun voor partijen in Leiden uitgedrukt als een percentage van de landelijke steun. Getallen boven de 100 geven aan dat een partij in Leiden relatief groot is, onder de 100 is een partij relatief klein. Het CDA, de ChristenUnie en de SGP zijn in Leiden van oudsher relatief klein en hun positie is gisteren nog zwakker geworden. De PvdA en PvdD staan juist relatief sterk in Leiden en sinds de laatste verkiezingen nog zelfs iets sterker. D66 en GroenLinks zijn in Leiden het grootst, vergelijken met hun landelijke grootte, maar deze partijen konden in Leiden hun landelijke groei niet evenaren. Dit is niet zo heel vreemd gezien het feit dat beide partijen vorige keer een zwakke uitslag boekten en het nu juist goed doen. Het suggereert dat de Leidse aanhang van deze partijen relatief trouw is. Tot op zekere hoogte geldt dit ook voor de VVD, die nu in Leiden iets minder groot is dan landelijk. De SP en CDA hebben in Leiden eerder wel een loyaliteitsprobleem: hier liepen de kiezers harder weg dan landelijk.

Vier (centrum)linkse partijen doen het in Leiden nog steeds relatief goed: PvdA, D66, GroenLinks en de PvdD. De steun voor PVV, VVD en SP ligt in Leiden iets onder het landelijk gemiddelde, terwijl de confessionele partijen het ronduit slecht doen. In dat opzicht lijkt Leiden erg op andere (middel)grote steden: links(-liberale) krijgen steun van studenten en hoger opgeleiden. Toch is er ook een relatief grote groep rechtse en rechts-populistische kiezers.





dinsdag 23 maart 2010

GroenLinksprogramma zet in op groen

Het GroenLinks concept-verkiezingsprogramma is in vergelijking met het programma van vier jaar geleden erg groen. Dat blijkt uit een analyse van het woordgebruik in beide programma's. Waar er in 2006 nog relatief veel werd gesproken over mensen, jongeren, gehandicapten, leeftijd en politie, stonden in 2010 vaak woorden als energie, groen, groene, stroom en auto in het verkiezingsprogramma.

De analyse werd uitgevoerd op een tabel waarin stond hoe vaak in elk van de programma's elk woord voorkomt. Volgens een procedure van Monroe et al. kun je vervolgens onderscheid maken naar woorden die singificant vaker voorkomen in het ene programma of het andere. In dit geval dus in 2006 of in 2010. In onderstaande figuur staan die woorden weergegeven. De horizontale as geeft aan hoe vaak een woord wordt gebruikt (logaritme van de frequentie) in beide verkiezingsprogramma's samen. Woorden die ver naar rechts staan worden dus vaak gebruikt. Op de verticale as wordt onderscheid gemaakt tussen 2006 en 2010. In deze figuur staan woorden die vaak in 2006 worden gebruikt bovenaan en woorden die vaak in 2010 worden gebruikt onderaan. Een aantal veelgebruikte woorden werd in deze analyse weggelaten.



Zo is te zien dat in 2006 het woord 'willen' vaak wordt gebruikt (veel vaker dan in 2010), terwijl in 2010 het woord 'wil' relatief veel aan bod komt. Dat komt omdat het programma van 2006 vaak de zin 'wij willen...' bevat, terwijl in het programma van 2010 vaak 'GroenLinks wil...' staat. Wellicht een stylistische keuze, maar het zegt ook wat over de manier waarop GroenLinks zich presenteert (of 'wij ons presenteren' ;-)).

Verder valt op dat een aantal worden uit de veiligheidssector en de sociale sector vooral in 2006 wordt gebruikt (politie, vrouwen, jongeren, geweld, gehandicapten), terwijl in 2010 juist 'groene' woorden het goed doen (groen, energie, groene, stroom, auto). Daarnaast is er in 2006 meer aandacht voor internationale onderwerpen ('verenigde' [naties/staten], 'landen') en cijfers ('procent'). In 2010 wordt juist meer gesproken over de uitdagingen op de langere termijn ('investeringen', 'toekomst'). Opvallend is ook dat in 2010 het woord 'regering' vaak voorkomt (15 keer, in 2006 maar éénmaal). Blijkbaar is de ambitie van meeregeren concreet en gaat GroenLinks er echt voor; in ieder geval wordt het woord 'regering' niet gebruikt om de vorige regering vliegen af te vangen, maar juist om te zeggen wat de nieuwe regering allemaal moet doen en wat de rol van GroenLinks daar in is.

Natuurlijk zegt een puur kwantitatieve analyse als deze niet alles; een kwalitatieve inhoudelijke vergelijking kan veel meer verschillen naar voren brengen. Bijvoorbeeld over het percentage BNP voor ontwikkelingssamenwerking of over bestuurlijke vernieuwing. Deze snelle analyse van het woordgebruik geeft desondanks al een aardig inzicht in de prioriteiten van GroenLinks voor de komende periode.