Pages

Posts tonen met het label leiden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leiden. Alle posts tonen

zondag 13 maart 2011

Analyse verkiezingsuitslag in Leiden: coalitie verliest licht

De uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen in Leiden is geen nieuws meer. D66 werd net aan de grootste partij in de sleutelstad, twee stemmen voor de PvdA. Dankzij een dataset met een uitslag uitgesplitst per stembureau en kandidaat, die de gemeente Leiden mij ter beschikking stelde, kunnen we nu echter ook wat meer zeggen over de spreiding over de verschillende wijken en de Leidse voorkeursstemmen.



Het algemene beeld in de laatste zes verkiezingen in Leiden is duidelijk: D66 wint, de PVV heeft voet aan de grond gekregen en het CDA verliest dramatisch. De christen-democraten verloren sinds de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 steeds terrein, tot een dieptepunt van 5,9% van de Leidse stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen. Het CDA doet het in Leiden dus nog zelfs iets slechter dan bij de Tweede Kamerverkiezingen in juni, terwijl de opkomstbereidheid van de christendemocratische kiezer doorgaangs hoger is. De ChristenUnie deed het ook niet erg goed, maar won wel licht ten opzichte van juni 2010. De grote winnaars, D66, wisten weer een sterke uitslag te realiseren in Leiden, duidelijk hoger dan in juni bij de Tweede Kamer, maar tevens duidelijk lager dan bij de Europese Verkiezingen (2009) en de laatste Gemeenteraadsverkiezingen. De PvdA deed het bij die laatste twee verkiezingen juist relatief slecht in Leiden, maar is nu in Leiden weer ongeveer op het niveau van de provincieverkiezingen van 2007. GroenLinks evenaart de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen in juni, maar weet de goede uitslag van de Europese verkiezingen niet te evenaren. De SP lijkt weer uit een dal te klimmen en boekt de beste uitslag van de laatste vier verkiezingen, hoewel onder de topscore uit 2007.

De PVV wist in Leiden, net als in de rest van het land, haar topscore van juni niet te evenaren en viel terug tot onder de 10%. Dat lijkt ook in Leiden met de opkomst samen te hangen: in stembureaus waar meer kiezers kwamen opdagen, stemden significant minder mensen op de PVV (correlatie -0.57). De PVV verloor ten opzichte van juni vooral in de wijken waar ze het eerst goed deed: Leiden Noord en de Stevenshof (in beide wijken van ongeveer 25% naar ongeveer 15). Bij de VVD is een soortgelijke terugval ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen te zien, zij het minder sterk. Al met al kregen de landelijke coalitiepartijen in de sleutelstad dus minder stemmen dan bij de Tweede Kamerverkiezingen in juni. Of dat nu komt doordat mensen van mening zijn veranderd of omdat de opkomst onder VVD-, CDA- en PVV-kiezers lager is, kunnen we op basis van deze cijfers moeilijk zeggen, maar blijkbaar is het enthousiasme onder deze kiezers in ieder geval beperkt.
Uitslag in Leiden uitgesplitst naar politieke blokken

Stemgedrag per wijk
Net als in eerdere verkiezingen waren de kiezers voor de verschillende partijen niet gelijk over de stad verdeeld. In de onderstaande tabel staan de percentages voor elke partij in de negen kiesdistricten van Leiden (en stembureau Leiden Centraal). De gekleurde balkjes geven aan waar partijen het relatief goed deden. Zo scoorde D66 in alle wijken boven de 10 procent, maar wist ze vooral in de Binnenstad en het Boerhaavedistrict goed te scoren. Hetzelfde patroon zien we bij GroenLinks, terwijl PVV en SP juist in deze wijken zwak scoren: zij doen het goed in Noord en de Stevenshof. De PvdA houdt een beetje in het midden: goede scores in Noord/Stevenshof, maar ook in de wijken in het Zuiden en Zuid-Oosten van de stad. Nieuwkomer 50PLUS doet het net als CDA en VVD goed in de wijken buiten het centrum.
Stempercentages Provinciale Staten 2001 per wijk

De gegevens uit de tabel zijn gevisualiseerd in onder staand figuur (met behulp van een correspondentieanalyse). In deze 'ruimte' staan zowel partijen als wijken. Als een partij dicht bij een wijk staat, betekent dit dat de partij het relatief goed deed in die wijk. Staan ze ver af van een wijk, dan deed de partij het daar relatief slecht. De gegevens uit de tabel kunnen niet perfect worden weergegeven in het tweedimensionale figuur, maar geeft toch een redelijke indruk van de patronen. Er lijken twee tegenstellingen een rol te spelen. Aan de ene kant zijn er 'volkswijken' tegenover 'liberale wijken': ofwel wijken waar volkspartijen als PVV, SP (en nu ook weer de PvdA) het relatief goed deden (bijv. Stevenshof, Mors, Noord), en wijken waar D66, GroenLinks en in mindere mate de VVD goed scoorden (m.n. Binnenstad, Boerhavedistrict en Stationsdistrict). Daarnaast lijkt er een tegenstelling tussen de woonwijken aan de rand van de stad, waar CDA, VVD en 50PLUS goed scoorden, en de wijken die in of dicht bij het centrum liggen. De hier gevonden stempatronen lijken erg op die bij de Gemeenteraadsverkiezingen en Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar. 



Voorkeursstemmen
Van de ruim 54.000 stemmen in Leiden werden er uim 25.500 niet op de lijsttrekker uitgebracht. In de top-10 van voorkeursstemmen zien we daarom ook een aantal runners-up terug. Bij de nummers twee van PvdA en VVD zal hun Leidse achtergrond daarbij vast een rol hebben gespeeld. De nummer twee van GroenLinks, afkomstig uit Voorschoten, wist in Leiden zelfs meer stemmen te halen dan haar lijsttrekker. GroenLinkers zijn dan ook notoire hoogste-vrouw stemmers. 

Voorkeursstemmen in Leiden (PS 2011)
In de top-10 van Leidse kandidaten doen zoals te verwachten vooral de hooggeplaatste politici het goed. Desalniettemin deden bijvoorbeeld Eva de Bakker (SP) en Joost Röselaers (D66) het behoorlijk goed voor kandidaten die vijfde respectievelijk achtste waren geplaatst. Opvallend is ook de goede score van raadslid en D66-kandidaat nummer 42, Elze 't Hart. 

Voorkeursstemmen in Leiden op Leidse kandidaten (PS 2011)

De verdeling tussen mannen en vrouwen was opvallend gelijk. In totaal stemde 50,5% van de Leidse kiezers op een man en 49,5% op een vrouw. Dit vertaalt zich echter niet in een gelijke verdeling in de staten, waar 'slechts' 19 van de 55 gekozenen vrouw zijn.

Met dank aan de gemeente Leiden voor het beschikbaar stellen van de data. Zie de gemeentelijke website voor meer verkiezingsuitslagen.

zondag 20 juni 2010

Stemgedrag per wijk in Leiden: kwart stemt op PVV in Noord

Een kwart van de kiezers in de Leidse wijken Noord en Stevenshof stemde bij de Tweede Kamerverkiezingen op de PVV. Daarmee werd de partij de grootste in de Stevenshof en net tweede achter de PvdA in Leiden Noord. Dit blijkt uit een analyse van de stembusuitslagen in Leiden, die op aanvraag door de gemeente werden verstrekt. Ook de PvdA en de SP doen het goed in Noord en de Stevenshof, terwijl VVD, D66 en GroenLinks juist in de binnenstad en het Boerhaavedistrict hun beste uitslagen boekten.


Het stemgedrag markeert een verschil tussen volkswijken en 'liberale' wijken. De kleurcodes in de onderstaande figuur geven aan waar een partij het relatief goed heeft gedaan. In Leiden Noord halen PvdA en PVV samen de helft van de stemmen, maar scoren liberale partijen als de VVD en D66 ruim onder hun gemiddelde Leidse score. In de Binnenstad-Noord is de VVD juist de grootste partij, terwijl ook D66 en GroenLinks daar een goede score laten zien. Het CDA doet het juist het beste in de zuidelijke wijken en het Morsdistrict. Het extra stembureau op het station bleek vooral een uitkomst voor kiezers op D66 en GroenLinks; PVV’ers gaan blijkbaar niet in grote getale met de trein, want hun partij scoorde bij dit stembureau zeer laag.

Winst en verlies ten opzichte van de vorige verkiezingen laat een meer divers beeld zien. Het CDA verliest overal, maar heet meeste in de Stevenshof. In Noord is het verlies in procentpunten beperkt, want de partij was daar al niet al te sterk. PvdA en SP leveren juist het meeste in in Leiden Noord. Het blijft het district met de meeste SP-stemmers, maar hun aantal is wel gehalveerd (van 25% naar 12%). De PVV weet zijn positie in Noord en de Stevenshof sterk te verbeteren. D66 boekt overal vooruitgang, maar met name in de meer progressieve wijken (bijv. Boerhaave, binnenstad), waar centrum-linkse kiezers die D66 bij de vorige verkiezingen nog meden, nu weer in grotere aantallen op de sociaal-liberalen stemmen. Al met al zijn er bepaalde wijken waarin de linkse partijen (PvdA, SP, GL, D66, CU) het goed doen en wijken waarin de rechtse partijen (VVD, PVV, CDA) hun positie versterken. In Noord is de verschuiving van links naar rechts het meest opvallend. De SP verliest fors en de PVV wint. Hoewel je op basis van deze gegevens niet met zekerheid kunt zeggen dat er daar SP'ers zijn overgelopen naar de PVV, lijkt dat wel een voor de hand liggende verklaring voor althans een deel van de verschuiving.


De patronen van het stemgedrag kunnen ruimtelijk worden weergegeven, met behulp van een correspondentie-analyse. In het onderstaande ruimtelijk figuur staan partijen en wijken. Partijen staan dicht bij de wijken waar ze het relatief goed deden en ver verwijdert van de wijken waar ze relatief slecht scoorden. Daardoor staan partijen die het goed deden in dezelfde soort wijken dicht bij elkaar. Rechts in de figuur staat de PVV, die vooral steun kreeg in Noord en de Stevenshof. Ook de SP doet het goed in deze wijken, waardoor de SP relatief dicht bij de PVV staat. Linksboven staan de links-progressieve partijen, GroenLinks en D66, die steun krijgen in en rond het station en in de Binnenstad(-Noord). De PvdD, ChristenUnie en PvdA staan in het midden van het figuur. Dat betekent dat de variatie in stemgedrag tussen de wijken niet heel groot is. De PvdA deed het bijvoorbeeld heel goed in de Merenwijk, maar ook in Noord. Iets verder naar onder staat de VVD, die het goed doet in de Binnenstad-Zuid, maar ook in het Roodenburgerdistrict. De VVD staat dus tussen D66 en GroenLinks aan de ene kant en het CDA aan de andere kant in. Het CDA staat helemaal onderaan de figuur. De partij doet het vooral goed buiten het centrum (behalve Stevenshof en Noord).

Deze figuur lijkt redelijk veel op de analyse van het stemgedrag van de gemeenteraadsverkiezingen die Simon Otjes maakte. De wijken staan zo’n beetje op dezelfde plek. De partijen zijn soms iets verschoven: D66 richting GroenLinks, PvdA meer naar het centrum, de PVV duidelijk meer naar rechts dan de lokale SLO en Leefbaar Leiden bij de gemeenteraadsverkiezingen stonden. Al met al zijn de geografische patronen van het stemgedrag redelijk stabiel. Dit valt ook de zien als je het stemgedrag voor de gemeenteraad vergelijkt met het stemgedrag voor de Tweede Kamer. Hierbij is de score van de PVV vergeleken met die van SLO en Leefbaar (hoewel daar het een en ander op af te dingen is). PvdA, VVD, GroenLinks en de PVV deden het over het algemeen beter, de andere partijen (met name D66) konden hun score voor de gemeenteraadsverkiezingen niet evenaren. Opvallend is het ‘verlies’ van D66 in het Roodenburger-, Bos- en Gasthuis-, en Merenwijkdistrict. Wellicht stemden kiezers die bij de gemeenteraadsverkiezingen vanwege lokale onderwerpen niet op de PvdA (en GroenLinks) stemden, voor de Tweede Kamer wel voor PvdA en GroenLinks gegaan.


donderdag 10 juni 2010

Verkiezingen 2010: de Leidse uitslagen

Nu de stofwolken van de uitslagenavond zijn opgetrokken, kunnen we de verkiezingsuitslagen in Nederland vergelijken met die in Leiden. Onderstaande grafiek geeft de uitslagen van de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 en 2010 weer, evenals die van de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Duidelijke winnaars zijn in Leiden ook de PVV en D66: van 5%/4,5% naar 13%/14%. Beide partijen zijn dus meer dan verdubbeld. Ook de VVD en GroenLinks wisten in Leiden winst te boeken van ongeveer 3 respectievelijk 1,5 procentpunt. Verliezers zijn het CDA (min 10 procentpunt) en de SP (-8,4 procentpunt). De Partij van de Arbeid boekt weliswaar een klein verlies, maar weet zich wel te handhaven als grootste partij. Ook is de PvdA-uitslag duidelijk beter dan bij de gemeenteraadsverkiezingen. We zien dat drie van de vier ‘oude’ collegepartijen het beter doen bij de Tweede Kamerverkiezingen dan bij de gemeenteraadsverkiezingen: PvdA, VVD en GL. D66 doet het juist aanmerkelijk minder goed dan in maart. Dit suggereert dat D66 destijds een goede uitslag heeft geboekt, mede gebaseerd op lokale factoren.


De patronen van winst en verlies in Leiden lijken erg op de landelijke trends: partijen die landelijk winnen, winnen ook in Leiden, partijen die landelijk verliezen, doen dat ook in Leiden. Je ziet wel dat de meeste partijen het in Leiden qua procentuele winst of verlies iets slechter doen dan landelijk. Zo verliest het CDA in Leiden meer dan de helft van haar stemmen (-61%), terwijl het CDA landelijk 48% van haar aanhang uit 2006 verliest. D66 wint landelijk 245% procent; in Leiden ongeveer 210%. De VVD en GroenLinks winnen weliswaar in Leiden, maar procentueel is de winst kleiner dan gemiddeld in het hele land. De PvdA en PvdD verliezen in Leiden minder dan in landelijk, terwijl CDA en SP juist meer verliezen dan landelijk. De PVV doet het in Leiden iets beter dan landelijk.


Deze tendensen vertalen zich in een iets andere krachtsverhouding in Leiden ten opzichte van het landelijke beeld, dan voorheen. In onderstaande grafiek wordt de steun voor partijen in Leiden uitgedrukt als een percentage van de landelijke steun. Getallen boven de 100 geven aan dat een partij in Leiden relatief groot is, onder de 100 is een partij relatief klein. Het CDA, de ChristenUnie en de SGP zijn in Leiden van oudsher relatief klein en hun positie is gisteren nog zwakker geworden. De PvdA en PvdD staan juist relatief sterk in Leiden en sinds de laatste verkiezingen nog zelfs iets sterker. D66 en GroenLinks zijn in Leiden het grootst, vergelijken met hun landelijke grootte, maar deze partijen konden in Leiden hun landelijke groei niet evenaren. Dit is niet zo heel vreemd gezien het feit dat beide partijen vorige keer een zwakke uitslag boekten en het nu juist goed doen. Het suggereert dat de Leidse aanhang van deze partijen relatief trouw is. Tot op zekere hoogte geldt dit ook voor de VVD, die nu in Leiden iets minder groot is dan landelijk. De SP en CDA hebben in Leiden eerder wel een loyaliteitsprobleem: hier liepen de kiezers harder weg dan landelijk.

Vier (centrum)linkse partijen doen het in Leiden nog steeds relatief goed: PvdA, D66, GroenLinks en de PvdD. De steun voor PVV, VVD en SP ligt in Leiden iets onder het landelijk gemiddelde, terwijl de confessionele partijen het ronduit slecht doen. In dat opzicht lijkt Leiden erg op andere (middel)grote steden: links(-liberale) krijgen steun van studenten en hoger opgeleiden. Toch is er ook een relatief grote groep rechtse en rechts-populistische kiezers.





donderdag 22 april 2010

"Samen Leiden", maar waarheen? De positie van het coalitieakkoord

Afgelopen dinsdag presenteerde de nieuwe Leidse coalitie van D66, VVD, SP en CDA het coalitieakkoord getiteld "Samen Leiden". Na de aanvankelijke poging om alle partijen te betrekken in een breed gedragen college, bleven deze vier partijen over. PvdA werd al relatief snel de deur gewezen door D66, terwijl GroenLinks enige tijd later uit het overleg moest vertrekken, vanwege wantrouwen tussen GroenLinks en de VVD. Het akkoord bestaat uit een bestuursakkoord en een beleidsakkoord. Het bestuursakkoord ziet er op de manier van politiek bedrijven te verbeteren, iets wat de verziekte Leidse verhoudingen volgens alle partijen goed kunnen gebruiken.

In het beleidsakkoord staan enkele belangrijke beleidsuitgangspunten. Eén van de uitgangspunten van de 'nieuwe bestuursstijl is echter dat niet alles wordt dichtgetimmerd in het akkoord. De twee pagina's bevatten natuurlijk de belangrijkste kwesties zoals RijnGouweLijn en Oostvlietpolder, maar veel kleinere specifieke punten worden overgelaten aan College en raadsmeerderheden.

De vraag bij zo'n akkoord is wat de politieke richting is. Samen Leiden, maar waarheen? Vele kiezers hebben voor hun stemkeuze het advies van het Kieskompas gebruikt, dus één manier om een idee te krijgen waar het akkoord staat is het te plaatsen in de politieke ruimte van het Kieskompas. Eén beperking is daarbij dat beleidsakkoord niet op alle stellingen van het kieskompas een duidelijk antwoord geeft; eigenlijk maar op 9 stellingen, met name over Verkeer, Milieu en Economie. Als je dat doet, geeft het kieskompas het volgende beeld:


De posities van de partijen is in dit beeld alleen afhankelijk van de stellingen waarop het coalitieakkoord een antwoord geeft. Het akkoord (kruis) staat duidelijk ter rechterzijde, in de buurt van de VVD. Dit is ook niet zo vreemd. De VVD heeft immers binnen de coalitie het meest te verliezen bij het zoeken naar raadsmeerderheden, want die partij staat aan het rechteruiteinde van het spectrum. Toch is het opvallend dat de positie van het coalitieakkoord zo ver naar rechts staat. Dat komt wellicht door de manier waarop het Kieskompas bepaalde onderwerpen toewijst aan bepaalde assen.

Een andere manier om in kaart te brengen welke verschillen er zijn tussen het coalitieakkoord en de partijposities in het Kieskompas is door de overeenstemming te berekenen als percentage. Als een partij het steeds eens is met het coalitieakkoord is de overeenstemming 100%, als de partij steeds aan het andere uiterste staat is de overeenstemming 0%:

In deze figuur zien we duidelijke verschillen. Aan de ene kant staat GroenLinks: de overeenstemming met Samen Leiden is maar 31%. Het is dus niet heel vreemd dat deze partij het niet eens kon worden met de andere partijen over dit akkoord. Aan de andere kant staat de Stadspartij. Zij is het eigenlijk op elk punt eens met het coalitieakkoord. Ook de ChristenUnie is het vaak eens met de standpunten van het coalitieakkoord op de 9 stellingen. De coalitiepartijen CDA, D66 en VVD liggen allemaal rond de 70%, maar voor de SP is de overeenstemming minder dan 60%. Daar zit dus het grootste inhoudelijke meningsverschil in de coalitie.

Eén van de belangrijke afspraken in het akkoord is dat alle niet-genoemde onderwerpen aan de Raad zijn. Daarbij wordt dus steeds gezocht naar raadsmeerderheden. Daarbij zal de positie van het 'middelste' (mediane) raadslid doorslaggevend zijn: degene die in het midden staat tussen de uiterste standpunten in de raad. Als we er dus vanuit gaan dat op de 21 stellingen waarop het coalitieakkoord niets zegt, het 'middelste' raadslid beslist, verandert de mate van overeenstemming voor een aantal partijen sterk:

Het grootste verschil zit bij GroenLinks. Als men alleen naar het akkoord kijkt, is de overeenstemming maar 31%. Als we echter kijken naar de combinatie van collegeakkoord en raadsbesluit, stijgt de overeenstemming naar 63%. Ook voor de SP, PvdA, D66 en de PvdD stijgt de overeenstemming als we de invloed van de raadsmeerderheden meenemen. Voor de rechtse partijen neemt de overeenstemming echter af, Dat geeft aan dat het akkoord inderdaad vooral 'rechts' is. De SLO en VVD dalen beide ongeveer 15 procentpunt. D66 profiteert van de collegepartijen het meeste van het besluiten met wisselende Raadsmeerderheden. Deze partij staat immers vaak in het politieke midden.

Hieruit kunnen we twee dingen afleiden. Ten eerste, het collegeakkoord bevat meer rechtse dan linkse voorstellen (in ieder geval in termen van de stellingen van het Kieskompas). Dit is niet zo vreemd, want de VVD zal in de Raad niet zo gemakkelijk de handen op elkaar krijgen voor veel van hun voorstellen. SP en D66 kunnen hun voorstellen gemakkelijker door de raad krijgen als ze op onderwerpen GroenLinks en de PvdA meekrijgen.

Ten tweede, de VVD heeft het meeste te verliezen in de Raad. Er zal dus een soort spanning binnen het college ontstaan tussen CDA en VVD aan de ene kant en D66 en de SP aan de andere kant. De eerste twee partijen hebben er in zekere zin belang bij om als coalitie op te treden, terwijl de laatste twee partijen juist belang hebben bij het besluiten met wisselende raadsmeerderheden. Het is dus de vraag hoe de nieuwe politiek vorm krijgt. Zullen CDA en VVD bereid zijn om hun verlies te nemen voor bepaalde onderwerpen ter wille van de nieuwe werkwijze? En zullen D66 en SP echt actief op zoek gaan naar samenwerking over links? We zullen het zien.

zaterdag 13 maart 2010

Gemeenteraadsverkiezingen Leiden 1990-2010: Trends

De uitslagen van de recente gemeenteraadsverkiezingen werden natuurlijk vergeleken met die van vier jaar geleden. Er waren grote verschuivingen in vele gemeenten, zeker ook in Leiden. Maar er wordt niet echt gekeken naar het beeld op een wat langere termijn. Dat historische beeld zegt juist ook iets over hoe uitzonderlijk (of niet) de meest recente uitslagen zijn. Is het een eenmalige 'anomalie', een trendbreuk of past het in het langetermijnplaatje?



In de grafiek hierboven staat het percentage van de stemmen voor de 'rechtse' partijen in Leiden in de periode 1990-2010 (alleen partijen die nu nog in de raad zitten), ontleend aan de rapportages van de gemeente Leiden. Het onderscheid hier tussen links en rechts is overigens puur om de grafiekjes leesbaar te houden.
De VVD is sinds de verkiezingen van 1994 de grootste partij in dit blok, met als hoogtepunt de verkiezingen van 1998. Dat beeld komt natuurlijk overeen met de goede uitslag van de VVD bij de Tweede Kamerverkiezingen van dat jaar. Daarna gaat het steeds minder goed met de VVD: in 2002 en 2006 een scherpe daling en nu stabilisering. Voor de VVD geldt desondanks (net als voor een aantal andere partijen) dat de verkiezingen van 2010 de slechtste uitslag in 20 jaar lieten zien.

Voor het CDA is het beeld ook niet al te florisant. Met name in de jaren 1990 is er een sterke teruggang van het stemmenaantal te zien. In 2002 weet de partij, net als landelijk, een verbetering te boeken, al is het maar een kleine 2 procentpunt. Daarna gaat het weer steeds iets achteruit. Ook voor het CDA is 2010 de slechtste uitslag in 20 jaar.

De derde partij in deze groep, Stadspartij Leiden Ontzet (SLO) heeft zichzelf steeds weten te verbeteren. Vier jaar geleden was dat natuurlijk gemakkelijk, want toen deed de partij voor het eerst mee. Maar in de afgelopen verkiezingen werd de positieve lijn doorgezet.
Dat kan niet worden gezegd van Leefbaar Leiden. Na een sterk debuut in 2002, moest de partij steeds inleveren. Ook de recente flirt met het gedachtegoed van Wilders heeft daar geen verandering in weten te brengen.
De ChristenUnie boekte vier jaar geleden de beste uitslag in 20 jaar (voor 2000 zijn dit resultaten van RPF en GPV). Zoals bekend is het de partij niet gelukt dit vast te houden; men zakte terug naar een meer 'normaal' niveau.



Ter linkerzijde zien we een dalende trend voor de grootste partij, de PvdA. Vergeleken met CDA en VVD heeft deze bestuurderspartij het relatief goed weten te doen tot en met 2006. De laatste uitslagen zijn echter meer in lijn met een dalende trend voor de partij. De partij was bij de laatste verkiezingen voor het eerst sinds 1994 niet de grootste. Ook voor de PvdA gaf 2010 de slechtste uitslag in 20 jaar.

De SP laat juist een stijgende lijn zien: in 1990 moest de partij het nog doen met 4,4% van de stemmen, in 2006 waren dat er bijna 4 maal zo veel (16,4%). Bij de laatste verkiezingen moest de partij echter weer inboeten, hoewel het resultaat nog wel duidelijk beter is dan in 2002 en 1994.

De resultaten voor GroenLinks waren in Leiden het beste in 1998: 15,5% van de stemmen. Daarna verloor de partij echter steeds terrein, soms iets meer (in 2006) en soms iets minder (2002 en 2010). Daarmee staat ook GroenLinks op de slechtste score in twintig jaar.

D66 was de grote winnaar van de verkiezingen in 2010. Dat is ook wel de zien aan de sterk stijgende lijn tussen 2002 en 2010. Met deze monsterzege werd een neergaande trend voor de partij doorbroken: de partij was immers gezakt van 17,9% (1990) tot 6,3% (2006). Wellicht valt hier voor de partijen die in 2010 hun slechtste resultaat boekten hoop uit te putten: dalende trends kunnen worden doorbroken.

Het algemene beeld is dus negatief voor de meeste bestuurderspartijen. De vier oude coalitiepartijen (PvdA, VVD, CDA, GroenLinks) behaalden allemaal hun slechtste uitslag van de afgelopen 20 jaar. Anderen (CU, SP) verloren wel, maar gingen vooral terug naar het 'normale' niveau. D66 wist de dalende trend van de laatste 15 jaar juist om te draaien met een zeer goede uitslag. Dat wordt nog een zware kluif bij de volgende verkiezingen: de partij heeft het vele malen beter gedaan dan 'normaal', en zal bij de volgende verkiezingen worden afgerekend als belangrijkste bestuurderspartij. We weten van de landelijke politiek dat dat voor D66 altijd moeilijk is geweest.

donderdag 11 maart 2010

Leiden: Waar woont mijn raad?

Vanavond zijn de nieuwe Leidse raadsleden beëdigd. Veel nieuwe gezichten, een nieuwe samenstelling. We weten nog niet wat ze gaan betogen of hoe ze gaan stemmen. Wat we wel weten is waar de nieuwe raadsleden wonen. Dat is niet zo maar een aardig feit. Het vormt een onderdeel van goede representatie: volksvertegenwoordigers moeten een afspiegeling vormen van de bevolking. Woonplaats is daar een onderdeel van. Op onderstaand kaartje heb ik een en ander overzichtelijk gemaakt:


Gemeenteraad Leiden: Waar woont mijn raad? weergeven op een grotere kaart


De partijlogo's zien we eigenlijk in heel Leiden terug, maar in het centrum is het wel heel erg druk. In de binnenstad woont 21,6% van de kiezers die heeft gestemd bij de verkiezingen, maar wonen 16 van 36 raadsleden (van 3 wethouders stond het adres niet vermeld), dat is 44.4%. Andere districten moeten het doen met 1 of 2 raadsleden. In de Merenwijk woont bijvoorbeeld ruim 12% van de kiezers, maar slechts 5,5% van de raadsleden. Ook in Noord en de Hoge en Lage Mors zijn maar weinig raadsleden te vinden.

Als we naar de partijen kijken, zien we dat de PvdA het goed doet qua spreiding met bijvoorbeeld de enige twee raadsleden uit de Stevenshof. Misschien juist daarom dat de PvdA het daar goed heeft gedaan in vergelijking bijvoorbeeld met GroenLinks en D66. Ook de SP'ers en CDA'ers wonen goed verspreid.

De drie partijen die traditioneel goed scoren in het centrum, hebben daar ook veel raadsleden wonen: VVD, GroenLinks en (in mindere mate) D66. De vijf VVD'ers wonen allen in het centrum, bij GroenLinks drie van de vier raadsleden en van D66 drie van de tien (plus nog een viertal vrij dicht bij).

Voor sommige partijen is enige spreiding dus wellicht een puntje van aandacht. Het is echter al niet altijd gemakkelijk om kwalitatief goede mensen te vinden die bereid zijn hun vrije tijd aan het bestuur van de stad op te offeren. In dat licht hebben partijen het niet slecht gedaan. Nu maar kijken of de raadsleden zich ook als goede volksvertegenwoordigers gaan gedragen.

zondag 7 maart 2010

Winst en verlies in Leiden 2010: Verklaringen

In mijn vorige blogpost liet ik aan de hand van cijfers van de Gemeente Leiden zien in welke Leidse districten politieke partijen wonnen en verloren ten opzichte van de verkiezingen van 2006. Ik ging niet zozeer in op de verklaring van deze patronen, vooral omdat ik daar geen specifieke gedachten over had. Toch zijn er natuurlijk kwesties die vaak worden genoemd: Oostvlietpolder, Ringweg en RijnGouweLijn. Daarnaast zou een algeheel ongenoegen over de eigen leefomgeving kunnen meespelen in de stemkeuze. Een aantal van deze verklaringen voor de winst of verlies van partijen kunnen we met cijfermateriaal onderzoeken. Ik richt me hier op de RijnGouweLijn en de leefomgeving.




Over de RGL is in 2007 een referendum gehouden in Leiden. Daaruit bleek een groot verzet tegen de tramlijn onder de Leidse bevolking. Er zijn echter wel duidelijke verschillen tussen de Leidse districten (zie grafiek): in het Roodenburger-, Bos- en Gasthuis-, Merenwijk- en Stevenshofdistrict was het aantal nee-stemmers duidelijk groter dan in de andere districten.

Een tweede verklaring voor stemgedrag kan een negatief oordeel over de eigen leefomgeving zijn. Mensen die het idee hebben dat hun leefomgeving achteruit gaat, vertalen dat wellicht eerder in een stem op een oppositiepartij. De Gemeente heeft hier onderzoek naar gedaan in 2007. Er werd gevraagd of men het idee had of de leefomgeving voor- of achteruit was gegaan (of gelijk gebleven). Ook hier zien we verschillen tussen de wijken: het gevoel van achteruitgang van de leefomgeving is het sterkste in de Stevenshof, Noord en in mindere mate de Merenwijk.

Deze cijfers kunnen worden vergeleken met de relatieve winst en verlies van partijen in alle wijken. Dit geeft enig inzicht in de mate waarin deze variabelen een rol spelen. Toch is hierbij enige voorzichtigheid geboden: dit zijn allemaal gegevens over de districten, niet over individuen in de districten. Snelle conclusies op basis van dit soort gegevens kunnen leiden tot een ecological fallacy. In onderstaande grafiek staat de correlatie tussen de relatieve winst/verlies van elke partij (in elk district) en elk van de verklarende variabelen (in elk district). De sterke positieve waarde van SP voor Leefbaarheid geeft bijvoorbeeld aan dat de SP vooral goed scoorde (= minder verloor t.o.v. 2006) in wijken waar meer mensen vonden dat hun wijk achteruit gaat. Getallen van boven de +- 0.55 leveren steeds een statistisch significant verband op (niveau 0.05).



Voor de PvdA en het CDA zien we een redelijk sterk negatief verband tussen Leefomgeving en RGL Nee en winst of verlies in de verkiezingen. Dit betekent dat deze partijen vooral verloren t.o.v. 2006 in wijken waarin veel mensen vonden dat de leefomgeving achteruit was gegaan en in wijken waarin relatief veel mensen tégen de RGL hebben gestemd. Natuurlijk verliest de PvdA overal, maar vooral in de wijken die sterk tegen RGL en negatief gestemd waren over de RGL.

Voor andere partijen zien we een positief verband tussen het aantal mensen dat tegen de tram stemde en het resultaat bij de verkiezingen: SP, D66 en Leefbaar Leiden. Dit zijn allen tegenstanders van de RGL. Hoewel ook andere partijen zich hebben verzet tegen de tram (CU, SLO), maar we zijn daar op wijkniveau geen effect van. Voor GL, VVD, SLO en CU zijn er geen duidelijke effecten op wijkniveau te zien van de tram.

Als we kijken naar de leefomgeving, zien we dat met name SP, VVD, CU, LL en SLO het relatief goed hebben gedaan in wijken waar men negatief was over de leefomgeving. Met uitzondering van de VVD waren dit allemaal oppositiepartijen. Wellicht heeft de VVD met de boodschap van 'harde aanpak van criminaliteit' juist ook deze kiezers weten aan te spreken. Voor D66 en GL zien we hierbij op wijkniveau geen verschillen.

Hoewel deze gegevens op wijkniveau tot voorzichtige conclusies nopen, bevestigen de gegevens de te verwachten patronen: partijen die tegen de RGL waren winnen vooral (of verloren minder) in wijken waar men in grote getale tegen de tram stemde. En oppositiepartijen deden het beter in wijken waarin bewoners het gevoel hadden dat de wijk achteruit ging. Dit ging met name op voor de rechtse partijen en de SP. Opvallend is wel dat het verlies van GroenLinks op deze manier niet te verklaren is. Dit verlies was ook redelijk gelijk verspreid over de stad. Wellicht is het te verklaren door andere factoren (Oostvlietpolder, vertrek uit college).

zondag 10 januari 2010

Stemgedrag gemeenteraad Leiden

Kortgeleden tijdens een campagneborrel van GroenLinks werd er stoer gesproken over afwijkend stemgedrag van GroenLinks in de gemeenteraad de dag ervoor. De vraag is dan natuurlijk: is dat een incident of komt dat wel vaker voor? Dankzij de database van Wat stemt mijn raad? is dit vrij gemakkelijk te onderzoeken.

De database van Wat stemt mijn raad bevat 225 stemmingen van de Leidse gemeenteraad uit het jaar 2009. In 117 van die stemmingen stemmen alle (aanwezige) partijen vóór. Dat zijn vaak de meer technische voorstellen of voorstellen waarover eigenlijk weinig discussie bestaat: een meerderheid, blijkbaar! Overigens is dit niet zo vreemd, want dat zie je bijvoorbeeld ook in de Tweede Kamer.

De 108 stemmingen waarbij niet iedereen voor stemt, kun je gebruiken om een ruimtelijk model van de Leidse partijen te maken. De figuur hieronder is op die manier gemaakt met behulp van WNOMINATE in R. Partijen die dicht bij elkaar staan stemmen vaak hetzelfde, partijen die ver van elkaar staan stemmen vaak anders.



Het model hierboven is tweedimensionaal, maar je kunt ook een eendimensionale oplossing maken met WNOMINATE (zie onderaan de post). Een tweedimensionale oplossing komt echter iets beter overeen met het stemgedrag van de partijen. In het horizontale vlak is een duidelijke tegenstelling tussen coalitie (CDA, VVD, PvdA, GL) en oppositie te zien. Alleen de CU staat als oppositiepartij dicht in de buurt van de coalitie. Vooral de PvdA en GroenLinks stemmen bijna altijd hetzelfde. In de Tweede Kamer is ook altijd een duidelijk coalitie-effect te zien bij stemmingen; in Leiden is het niet anders. Stemgedrag wordt eerder door coalitielidmaatschap dan door ideologische positie bepaald.
Verticaal gezien zien we verschillen tussen VVD en SLO aan de ene kant en CU en LL aan de andere kant. Dit gaat echter om een beperkt aantal stemmingen.

Helaas bevat de database alleen informatie over de stemmingen in 2009. Het zou interessant zijn om te kijken hoe het stemgedrag is veranderd na de tussentijdse wisseling in het college van B&W in 2007.



(Het ééndimensionale model met de scores op de x-as: VVD en SP stemmen het meest verschillend)