Pages

vrijdag 12 februari 2010

Een kieshulp die niet helpt

Sinds kort presenteren vele regionale kranten een lokale stemwijzer voor vele gemeenten. Ze doen dat onder de gezamenlijke naam Eerste Hulp Bij Stemmen. Nadat de website aanvankelijk moeilijk bereikbaar was, kan men nu in Zeeland, Brabant, Gelderland, Overijssel en Flevoland een stemadvies verkrijgen.

De site werkt als volgt. Er zijn tien stellingen voorgelegd aan de lijsttrekkers in elke gemeente. Hun antwoorden worden allemaal gepresenteerd op de website. Voor elke stelling kun je zo veel antwoorden uitkiezen als je wilt. Soms lijken twee antwoorden ook erg op elkaar en zul je ze dus allebei kiezen. Als er maar 4 of 5 partijen zijn in een gemeente werkt dat goed. Maar bijvoorbeeld in Eindhoven krijg je een ellenlange lijst met antwoordopties die natuurlijk vaak op elkaar lijken. Allesbehalve toegankelijk en overzichtelijk! Niet gek dat veel kiezers daar over klagen in een filmpje van de Provinciale Zeeuwse Courant.

Iets anders opvallends is dat de volgorde van de antwoorden van partijen steeds hetzelfde is. Voor onderstaande screenshot koos ik voor Eindhoven altijd de 1e optie (LPF, zo bleek), vaak de 2e (SP) en soms de 3e (Stadspartij). En ja hoor, die partijen komen (in die volgorde) terug in het resultaat, en alle andere partijen (waarvan ik de antwoorden dus nooit koos) niet. Uit het oogpunt van een eerlijk en objectief advies proberen te verstrekken is het natuurlijk raar dat de volgorde bij elke stelling steeds precies hetzelfde is. Immers, het bovenste antwoord lees je waarschijnlijk beter dan het tiende of elfde antwoord.


Een derde probleem met deze kieshulp is dat je helemaal niet kunt terugvinden wat elke partij nu over welke stelling heeft gezegd (behalve als je natuurlijk hebt uitgevogeld dat elk 2e antwoord in Eindhoven van de SP is). Een overzicht ontbreekt echter. Net als niet wordt toegelicht hoe nu de lengte van de balkjes precies wordt berekend. Waar staat dat voor? Misschien is niet iedere kiezer daar in geïnteresseerd, maar je moet er in ieder geval transparant over zijn.

Het maken van een kieswijzer is niet gemakkelijk. De keuze van de stellingen beïnvloedt bijvoorbeeld het advies en er is ook een mogelijkheid tot manipulatie van de antwoorden door de partijen. Op beide punten scoort deze kieshulp slecht: er zijn maar 10 stellingen, dus de selectie daarvan heeft nog meer invloed. Daarnaast worden de antwoorden door de partijen gegeven zonder dat dat bijvoorbeeld wordt gecheckt met verkiezingsprogramma's en andere uitspraken. Jack de Vries zou er wel raad mee weten!

Zelfs de twee meest professionele stemhulpen, StemWijzer en Kieskompas, hebben moeite met de vraagstukken van stellingenselectie, berekeningsmethode en onderliggend politicologisch model. Een volledig objectieve kieshulp is niet mogelijk, want elke vergelijking van partijen wordt enigszins gekleurd door de keuzes die je maakt. Door neutraliteit na te streven en volledig transparant te zijn, kom je een eind in de goede richting. Dan nog is een kieswijzer niet meer dan een hulpmiddel om een idee te geven van de verschillen tussen partijen. Het is een startpunt om na te denken over de onderwerpen die spelen bij de verkiezingen in je gemeente, geen eindpunt.

In het geval van de Eerste Hulp bij Stemmen (EHBS) gelden deze adviezen nog sterker. De manier waarop deze hulp is opgesteld maakt hem tot niet meer dan een aanzet tot nadenken. Helaas wordt door deze site wel de indruk gewekt dat er sprake is van een objectief stemadvies:
"Doorloop deze stemwijzer en ontdek welke partij u het beste bedient in uw gemeente."
Die claim kan eigenlijk geen enkele kieshulp waarmaken (want de plannen van partijen zijn iets anders dan wat partijen in de praktijk doen), en EHBS al helemaal niet. Het is dan ook zeer te betreuren dat de regionale kranten hier hun steun aan verlenen. Hopelijk zijn kiezers wel kritisch en nemen ze de adviezen van deze Eerste Hulp met een flinke korrel zout.

maandag 18 januari 2010

Kleine partijen bijna even groot als grote drie

De kleinere Nederlandse politieke partijen tezamen hebben bijna even veel leden als de grote drie gezamenlijk. Dit blijkt uit cijfers van het Documentatiecentrum voor Nederlandse Politieke Partijen. De cijfers laten een continuering van een langjarige trend zien. De grote drie partijen (CDA, PvdA, VVD) samen waren in 1980 nog 3,5 keer zo groot qua ledenaantal dan de kleinere partijen en één decennium geleden nog steeds 2 keer zo groot als de kleintjes. Deze voorsprong zijn ze kwijt. Deze ontwikkeling weerspiegelt de fragmentatie van het Nederlandse politieke landschap. In de laatste Politieke Barometer halen CDA, PvdA en VVD samen immers ook maar 72 zetels.



Binnen de groep van kleinere partijen zijn wel duidelijke verschuivingen te zien. Grote winnaar is D66, dat zo'n 6000 nieuwe leden mag bijschrijven. De SP, traditioneel een sterke groeier, laat juist een afname van 4000 leden zien. In dat opzicht weerspiegelen de ledenaantallen de gepeilde zetelaantallen. De Partij voor de Dieren doet het ook goed en komt voor het eerst boven de 10.000 leden uit. De PvdA verliest 2000 leden; de overige partijen stijgen of dalen enkele honderden leden.

In bovenstaande figuur is te zien dat beide groepen partijen boven hun trendlijn zitten. Dat betekent dat de grotere partijen minder snel leden verliezen dan voorheen; de kleinere partijen groeien sneller dan in het verleden. In totaal is er dan ook sprake van een lichte ledengroei van politieke partijen in Nederland. Aangezien de bevolking natuurlijk ook toeneemt blijft het percentage van partijleden op het totaal aantal kiesgerechtigden rond de 2,5 procent zitten. In vergelijkend opzicht behoort Nederland daarmee tot de lage middenmoot.

Ledenaantallen van politieke partijen 1978-2010 (bron: DNPP)
Bron cijfers: Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen

donderdag 14 januari 2010

Crisisperikelen, de NOS en de debatkwaliteiten

Gisteren de hele avond mijn favoriete soap gekeken. Een hele avond vermaak voor nop. «Op kosten van de belastingbetaler!» zouden VVD en consorten zeggen. Inderdaad. En dat is maar goed ook. Het laatste stukje heb ik wel gemist, want het debat duurde nogal lang - met aan het einde veel herhalingen. Een echte soap dus. Die arme Ruud Koole zat daar keurig geschminkt bij NOVA...

Vanochtend dus maar even het NOS journaal aangezet om de laatste uitkomsten van het debat te horen. De ochtendploeg had waarschijnlijk het debat niet echt gevolgd. Want welke politicus krijgt de eerste soundbite uit het debat? Wilders. De hele avond nauwelijks gehoord!

Wat Wilders zei was natuurlijk ook niet echt verrassend of vernieuwend - al had het me niet echt verbaasd als hij had gezegd dat deze hele crisis de schuld is van de Irakese moslims. Ook Agnes Kant was weer niet echt sterk. Oprecht getergd, dat wel. Maar dat komt in het debat meestal niet echt goed van pas.

Pechtold en Halsema hadden een sterke bijdrage. Al struikelde Pechtold soms een beetje over zijn eigen enthousiasme. Ook Kees van der Staaij (SGP) was goed in vorm, beetje nerveus maar sterk. Die bereid zich al voor op zijn komende fractievoorzitterschap. Hij had natuurlijk ook een vrije rol, die het maken van een gedegen analyse mogelijk maakt. Over die rol zegt hij op de SGP website heel mooi:
"Iedereen, coalitie, oppositie, en ook wij als SGP, die daar tussenin staan, moeten dat in onze oren knopen."


De coalitiepartijen hadden het natuurlijk wel minder makkelijk. Hamer deed het, naar mijn smaak, niet eens zo slecht. Als ze het over de hoofdlijn had was ze sterk ("Eerst verwees Balkenende het rapport zowat naar de prullenbak en nu neemt hij het als leidend voor de kabinetsreactie"). Op detailvragen van Rutte wist ze het antwoord echter niet echt te vinden. In ieder geval was het sterker dan het verhaal van Van Geel, die volgens mij beter een spinnerij kan beginnen met al dat wollige taalgebruik van hem. Volgens mij was het probleem niet dat de premier op dinsdag onduidelijk was geweest - eerder té duidelijk!

Hoe nu verder? Zou het CDA verlenging van de missie in Uruzgan gaan eisen als payback voor hun tegemoetkoming? Dat wordt nog een lastige. Probleem voor de PvdA is dat het electoraal gezien niet handig is om op dat onderwerp te breken. Nog maar even uitstellen dan totdat de rapporten over de bezuinigingen binnen zijn. Wat dat gaat pas echt pijn doen!

zondag 10 januari 2010

Stemgedrag gemeenteraad Leiden

Kortgeleden tijdens een campagneborrel van GroenLinks werd er stoer gesproken over afwijkend stemgedrag van GroenLinks in de gemeenteraad de dag ervoor. De vraag is dan natuurlijk: is dat een incident of komt dat wel vaker voor? Dankzij de database van Wat stemt mijn raad? is dit vrij gemakkelijk te onderzoeken.

De database van Wat stemt mijn raad bevat 225 stemmingen van de Leidse gemeenteraad uit het jaar 2009. In 117 van die stemmingen stemmen alle (aanwezige) partijen vóór. Dat zijn vaak de meer technische voorstellen of voorstellen waarover eigenlijk weinig discussie bestaat: een meerderheid, blijkbaar! Overigens is dit niet zo vreemd, want dat zie je bijvoorbeeld ook in de Tweede Kamer.

De 108 stemmingen waarbij niet iedereen voor stemt, kun je gebruiken om een ruimtelijk model van de Leidse partijen te maken. De figuur hieronder is op die manier gemaakt met behulp van WNOMINATE in R. Partijen die dicht bij elkaar staan stemmen vaak hetzelfde, partijen die ver van elkaar staan stemmen vaak anders.



Het model hierboven is tweedimensionaal, maar je kunt ook een eendimensionale oplossing maken met WNOMINATE (zie onderaan de post). Een tweedimensionale oplossing komt echter iets beter overeen met het stemgedrag van de partijen. In het horizontale vlak is een duidelijke tegenstelling tussen coalitie (CDA, VVD, PvdA, GL) en oppositie te zien. Alleen de CU staat als oppositiepartij dicht in de buurt van de coalitie. Vooral de PvdA en GroenLinks stemmen bijna altijd hetzelfde. In de Tweede Kamer is ook altijd een duidelijk coalitie-effect te zien bij stemmingen; in Leiden is het niet anders. Stemgedrag wordt eerder door coalitielidmaatschap dan door ideologische positie bepaald.
Verticaal gezien zien we verschillen tussen VVD en SLO aan de ene kant en CU en LL aan de andere kant. Dit gaat echter om een beperkt aantal stemmingen.

Helaas bevat de database alleen informatie over de stemmingen in 2009. Het zou interessant zijn om te kijken hoe het stemgedrag is veranderd na de tussentijdse wisseling in het college van B&W in 2007.



(Het ééndimensionale model met de scores op de x-as: VVD en SP stemmen het meest verschillend)

vrijdag 18 december 2009

Wat wilt u?

Verleden week ontving ik een uitnodiging van GroenLinks voor een enquête onder leden en symphatisanten. Deze week al een herinnering; er zit blijkbaar haast achter. De uitnodiging was als volgt:

"Geachte heer Louwerse,

Dankzij onze leden, donateurs en sympathisanten zijn we al 20 jaar een zichtbare partij met herkenbare standpunten. U bent zeer belangrijk voor ons, want u vormt ‘de ruggengraat’ van GroenLinks. Als partij zijn we klaar om te regeren en daarom hebben we nu uw steun nog meer nodig dan anders!

We vinden het ook hoog tijd om elkaar beter te leren kennen. Als wij uw persoonlijke wensen en verwachtingen kennen, zijn we nog beter in staat om u goed te ondersteunen en informeren. Zo kunnen we samen werken aan een groener en socialer Nederland.

Daarom vragen wij om uw medewerking aan een onderzoek onder leden, donateurs en sympathisanten van GroenLinks. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau: Zest Marketing Consultancy.

Het onderzoek is niet anoniem, zodat uw antwoorden ons kunnen helpen om meer informatie op maat aan te bieden of in te spelen op uw persoonlijke wensen. Uw gegevens worden uiteraard vertrouwelijk behandeld en niet aan derden verstrekt.

(...)

P.S. Uw mening telt! Vul daarom vandaag nog de vragenlijst in en help GroenLinks bij het verbeteren van de informatie en dienstverlening die we u aanbieden."


Op zijn zachts gezegd was ik nogal verbaasd. Op zich is het natuurlijk prima dat een partij bij de leden informeert wat er leeft. Zeer aan te bevelen zelfs. Hoewel een persoonlijk (telefoon)gesprek dan misschien het meest voor de hand ligt, valt er dan ook nog wel iets te zeggen voor een schriftelijke/online enquete.

Mijn verbazing kwam dan ook door twee andere punten. Ten eerste: was GroenLinks niet die partij die zich inzet voor privacy, tegen het opslaan van allerlei telefoon- en internetverkeer, identificatieplicht en de opslag van OV-chipkaartgegevens? Maar nu is het wel ineens prima om allerlei gegevens aan de eigen leden te vragen en die niet anoniem op te slaan? "Maar dan zijn we beter in staat om u te ondersteunen en te informeren!" Ja, dat is altijd zo. Google slaat alle informatie op voor "reclame op maat", de OV chipkaart worden gebruikt voor een beter inzicht in het reisgedrag en de Albert Heijn Bonuskaart zorgt ook alleen maar voor persoonlijke aanbiedingen. Nee, natuurlijk zegt er nooit iemand: we gaan een heel groot databestand maken om u in de gaten te kunnen houden! Maar het gevolg van die grote databestanden is natuurlijk wel dat het Openbaar Ministerie er prachtige gegevens uit kan halen. Wat zullen onze vrienden uit Zoetermeer er wel niet mee doen?! Dus waarom kan dat niet anoniem? Wetenschappers slagen er prima in om met behulp van anonieme enquêtes inzicht te krijgen in sociale fenomenen.


Los daarvan, en dit vind ik minstens zo erg: let even op het taalgebruik, met name dit:
"help GroenLinks bij het verbeteren van de informatie en dienstverlening die we u aanbieden."

GroenLinks is toch de thuiszorg, de rechtswinkel of T-Mobile niet? Ik ben toch geen lid geworden vanwege de fantastische 'informatie en dienstverlening'?! Als politieke partijen diensten gaan verlenen, loopt het al snel fout. Politieke partijen worden al steeds meer openbare dienstverleners, maar ik mag toch hopen dat juist GroenLinks zich niet bij die trend aansluit. Of in ieder geval niet dit misselijkmakende jargon te bezigen.

Wat wilt u? Twee dingen dus: Als er zo'n enquete gehouden moet worden, dan anoniem. En maak van de partij geen dienstverlenende instantie. Informatie naar de leden toe en soms wellicht een helpende hand als het gaat om het ontplooien van maatschappelijke initiatieven, prima. Maar de leden moeten toch eerst en vooral worden gezien als gesprekspartners in een inhoudelijke discussie over wat we willen als partij en hoe we dat moeten aanpakken. Door op deze manier te vragen naar wat ik wil, voel ik me weinig serieus genomen.

maandag 10 augustus 2009

Uitsluiten partijen

Nu er zo veel opheft is over het uit principe uitsluiten van bepaalde partijen voor regeringsdeelname, met name het uitsluiten van de PVV door de PvdA (en overigens ook van GroenLinks door de PVV!), is het misschien goed om even terug te kijken.
Lees bijvoorbeeld de volgende paragraaf uit het VVD verkiezingsprograma 1967:

Niet met de PvdA
De huidige plannen van de P.v.d.A. met haar verouderde dogmatisch socialistische opvattingen betekenen een gevaar voor de economie van ons land. De V.V.D. zal daarom de komende periode - evenals in 1959 en in 1963 - niet deelnemen aan een kabinet waarin ook socialistische ministers zitting zouden hebben.


De VVD sloot dus al drie verkiezingen lang expliciet de PvdA uit! En ze bleef dit doen tot in de jaren '70.

Het uitsluiten van regeringsdeelname geeft duidelijkheid; al vraag je je natuurlijk af of de gemiddelde kiezer zelf ook misschien niet kan bedenken dat een PvdA/PVV kabinet niet echt voor de hand ligt. Het kan echter problematisch worden als alle partijen een bepaalde partij uitsluiten (vgl. België). Dan ontstaat er een partij die met recht een populistische agenda kan voeren: ze worden immers door de 'heersende elite' aan de kant gezet. Aangezien dat in Nederland niet het geval is, is het elkaar uitsluiten door 'links' en 'rechts' hier eerder een toneelstuk in drie aktes, opgevoerd voor ons vermaak (met name ten behoeve van de heer Mingelen), dan een serieus politiek probleem.