woensdag 21 juli 2010
Twitterspreekuur Femke Halsema: een korte impressie
zondag 30 mei 2010
Het onervaren Kamerlid. Over de dalende zittingsduur van parlementsleden.
Het Kamerlidmaatschap wordt steeds meer een carrièrestap in plaats van een roeping. Het is een opstapje naar een ministerschap, staatssecretariaat, lokaal bestuurder of een andere functie binnen of buiten de overheid. Nu is het niet zo slecht dat Tweede Kamerleden geen enorme plucheklevers zijn, maar enige balans tussen doorstroom en ervaring is wel belangrijk. De Kamer vormt immers de tegenmacht tegen regering en ambtenarij; om die controlerende taak uit de voeren is ervaring belangrijk.
In de huidige Tweede Kamer is bijna de helft (71 personen) korter dan 4 jaar Kamerlid. De meesten van hen zijn tijdens of na de verkiezingen in 2006 in de Tweede Kamer gekomen. Nog eens 37 personen zitten maximaal 8 jaar in de Kamer (die zijn dus voor het eerst verkozen na mei 2002). Slechts 28 Kamerleden hebben meer dan 10 jaar ervaring. Onder die ervaren Kamerleden bevinden zich SGP-fractievoorzitter Bas van der Vlies, GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema en PVV-fractievoorzitter Geert Wilders. Gemiddeld genomen is de parlementaire ervaring nu iets meer dan 6 jaar. Ter vergelijking: in Engeland was de gemiddelde zittingsduur kort voor de verkiezingen in mei bijna 15 jaar. Ministers zijn daar ook parlementslid, wat de cijfers iets vertekent, maar zelfs dan: een groot verschil.
Tussen de Tweede Kamerfracties zitten enkele opvallende verschillen. De twee SGP’ers hebben samen meer parlementaire ervaring dan de negenkoppige PVV-fractie bij elkaar. Naast de nestor van de Kamer Van der Vlies, heeft ook Kees van der Staaij (SGP) namelijk al ruim 12 jaar ervaring. Partijen die bij de vorige verkiezing veel gewonnen hebben, zien we onderaan. De fracties van de PvdD en lid Verdonk waren geheel nieuw in 2006, maar ook bij de PVV en SP waren veel nieuwe gezichten te zien. De ChristenUnie-fractie werd sterk vernieuwd nadat André Rouvoet en Tineke Huizinga naar het kabinet vertrokken. De overige fracties zitten allemaal rond de zes jaar. Opvallend is daarbij dat de fractie van GroenLinks gemiddeld ruim 7 jaar ervaring heeft, terwijl deze partij in haar regels heeft staan dat een parlementariër maximaal 12 jaar mag zitten. Die regel leidt er dus niet noodzakelijkerwijs toe dat de ervaring van de fractie laag is.
Sommige oud-politici klagen wel eens dat de parlementaire ervaring sterk is afgenomen. Er is inderdaad sprake van een afname van de gemiddelde zittingsduur. De grafiek hierboven laat de gemiddelde zittingsduur van Tweede Kamerleden in de periode van 1950 tot 2010 zien. Bij elke verkiezing komen er weer veel nieuwe Kamerleden zonder ervaring binnen; vandaar zien wel sterke schommelingen door de tijd heen.
De ervaring van Kamerleden is door de tijd heen afgenomen. Kort voor de verkiezingen van 1956 was de gemiddelde ervaring bijna 10 jaar, kort voor de verkiezingen van 2006 was die ervaring nog geen 6 jaar. Opvallend is dat in de periode 1956-1980 al eerder sprake was van een afname van de gemiddelde ervaring (als je kijkt naar de ervaring net voor de verkiezingen, de pieken). In de jaren 1980 nam de gemiddelde ervaring juist weer toe: in die tijd bezetten de grote drie partijen nog het leeuwendeel van het aantal zetels en kiezersverschuivingen waren nog niet heel groot.. De verkiezingen van 1994 vormen weer een breekpunt. Niet alleen verloren CDA en PvdA toen sterk en wonnen D66 en de VVD aanzienlijk, ook de verliezende partijen hadden veel nieuwe kandidaten op hun lijsten. Dit zorgde voor de grootste afname van parlementaire ervaring in de naoorlogse periode. Sindsdien is er elke parlementaire periode een afname: de pieken (net voor de verkiezingen) en dalen (net na de verkiezingen) zijn lager.
De negatieve tendens lijkt in de huidige periode te stabiliseren: net voor de verkiezingen in 2006 was de gemiddelde ervaring minder dan 6 jaar, nu is die net iets hoger (terwijl de zittingsperiode iets korter was). Ook het dal na de verkiezingen is naar verwachting is lager. De rode stip geeft aan wat de gemiddelde parlementaire ervaring na de verkiezingen zal zijn als de laatste Politieke Barometer de uitslag correct zou voorspellen. Dit dal is iets minder diep dan in 2006. De vraag is wel hoeveel ervaring er nog verloren zal gaan als een nieuw kabinet wordt gevormd. De dip kan dus nog iets dieper worden, maar waarschijnlijk niet veel dieper dan tijdens de vorige periode.
De Tweede Kamer als geheel is dus minder ervaren dan 20 jaar geleden. De instroom van nieuwe leden is tijdens verkiezingen hoger dan voorheen. Dit beeld is sinds de verkiezingen van 1994 waar te nemen. Dit hangt niet alleen af van politici en partijen. Ook de grote kiezersverschuivingen zorgen er voor dat bij sommige partijen veel ervaring verloren gaat, terwijl bij andere partijen veel nieuwe Kamerleden moeten worden ingewerkt. Wie klaagt over de ervaring van parlementsleden kan daar dus zelf ook wat aan doen, bij de verkiezingen.
Voor de analyses van de zittingsduur van Kamerleden is dankbaar gebruik gemaakt van het bibliografisch archief van het Parlementair Documentatie Centrum.
zondag 18 april 2010
Het slagveld 'bestuurlijke vernieuwing'
Partijleider Femke Halsema was niet blij zondagmiddag tijdens het partijcongres, toen die vergadering het referendum uit het verkiezingsprogramma schrapte. Luttele minuten voordat zij het lijsttrekkerschap voor de komende verkiezingen accepteerde, werd één van haar wetgevingsinitiatieven rücksichtlos getorpedeerd. DWARS-voorzitter en referendum-killer Diederik ten Cate kreeg dan ook stevige kritiek van Halsema, nadat het congres het referendum met drie stemmen verschil had verworpen. Ik kan me ook zo voorstellen dat het -op z'n zachtst gezegd- niet zo leuk is als je je jarenlang in zet voor een hervorming, die je partij vervolgens op een zonnige zondagmiddag verwerpt.
De recalcitrante houding van het congres kwam niet alleen bij het referendum naar voren. Ook de voorstellen op het aantal Kamerleden te beperken tot 100 en het voorstel voor een zogenaamd coalitiestem sneuvelden. Dit geeft aan dat binnen GroenLinks een duidelijke visie ontbreekt over de inrichting van het openbaar bestuur. De huidige voorstellen waren een wat vreemde combinatie van een streven naar efficiency en een snufje radicale democratisering: 'Participatie, maar het mag niet te veel kosten'. Het congres liet zich dan ook niet overtuigen door de op z'n zachtst gezegd zwakke argumentatie van het partijbestuur op deze punten ( met Kathatlijne Buitenweg als positieve uitzondering).
Dit betekent wel dat GroenLinks op het gebied van de bestuurlijke vernieuwing vooral veel niet wil. Geen referendum, geen beperking van het aantal Kamerleden, geen coalitiestem. En de afschaffing van de Eerste Kamer werd "voor de poorten van de hel weggesleept", zoals Halsema het omschreef. En er staat een stevig punt in het program over de hervorming van het middenbestuur. Maar ook daar is verdere precisering noodzakelijk. En de gekozen burgemeester en commissaris der Koningin bleven staan. Maar al met al was het toch een behoorlijk slagveld bij de GroenLinkse bestuurlijke vernieuwing. Het in het programma verwoordde 'brede maatschappelijk debat' blijkt dus vooral binnen de partij behoorlijk noodzakelijk te zijn.




