zondag 5 september 2010
De coalitieruimte: kloof tussen links en rechts
donderdag 20 mei 2010
De CPB-ruimte: een grafische presentatie van de doorrekening
Eigenlijk zijn de doorrekeningen van het CPB redelijk goede indicatoren van de posities van partijen. Je kunt die gegevens dan ook gebruiken voor een grafisch model van partijposities. Dat model vat natuurlijk niet alle verschillen tussen partijen – moreel-ethische onderwerpen vinden bijvoorbeeld geen weerslag in de doorrekeningen – maar geeft wel een aardig inzicht van de keuzes van partijen op sociaal-economisch terrein (inclusief milieubeleid).
Voor het model hieronder maak ik gebruik van de overzichtstabel in het CPB-rapport (pagina 19), die met een principale componentenanalyse is geanalyseerd. Met deze techniek kun je onderzoeken in hoeverre de verschillende indicatoren met elkaar samenhangen, bijvoorbeeld dat de ontwikkeling van natuurkwaliteit en –kwantiteit met elkaar samenhangen. Met PCA kun je zogenaamde ‘onderliggende dimensies’ zoeken, in het geval van natuurkwaliteit/kwantiteit bijvoorbeeld investeringen in milieu. Daarnaast kun je de partijen in de ruimte plaatsen:
In het model kun je eigenlijk twee onderliggende dimensies onderscheiden. Van boven naar beneden zijn partijen geordend volgens een klassiek economisch links-rechts patroon: GroenLinks-SP-PvdA-CCU-D66-SGP-CDA-PVV-VVD. Dat patroon is ook terug te zien in analyses van de politieke ruimtes van het Kieskompas en de StemWijzer. Horizontaal is een ander patroon te zien, namelijk een verschil tussen partijen die bereid zijn te hervormen en de partijen die dat niet zijn (m.n. PVV en SP). Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat alle partijen de ‘houdbaarheid’ van de staatsfinanciën met zo’n 30 tot 40 miljard verbeteren, maar SP en PVV slechts met 16 à 17 miljard.
Partijen zijn in te delen in vier ‘typen’ op basis van hun sociaal-economische profielen. Er zijn linkse hervormers (GroenLinks en PvdA, in mindere mate D66), die bereid zijn de sociale zekerheid te hervormen, maar wel met oog voor lagere inkomens en het milieu. De linkse conservatieven van de SP hebben ook oog voor milieu en lagere inkomens, maar zijn veel minder bereid tot verregaande hervormingen. De rechtse conservatieven van de PVV willen ook die hervormingen niet, maar dan in het belang van de gewone man met een auto voor de deur. Ten slotte zijn er de rechtse hervormers van VVD, CDA en SGP. Zij willen snijden in de sociale zekerheid om de staatsfinanciën snel op orde te krijgen. Daarin gaat de VVD overigens wel duidelijk het verste. De ChristenUnie staat dermate in het midden dat ze eigenlijk in geen van de vier blokken is in te delen.
Op basis van de sociaal-economische verschillen tussen de partijen, lijkt een middencoalitie het meest haalbare. D66, SGP, CDA, ChristenUnie en PvdA staan relatief dicht bij elkaar. Of deze partijen het op andere onderwerpen ook eens kunnen worden is echter de vraag. D66 zal waarschijnlijk ook niet veel zin hebben om de oude coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie opnieuw aan een meerderheid te helpen. In dat geval komt één van de andere vier partijen in beeld. Zowel een linkse (PvdA/GL/SP/D66) als rechtse (VVD/CDA/PVV) coalitie stuit daarbij op het bezwaar dat één van de partijen niet echt hervormingsgezind is. Het alternatief van Paars+ (PvdA/VVD/D66/GL) is wel bereid tot hervormingen, maar is het weer sterk oneens over de richting, met name GroenLinks en de VVD. Dat wordt dus nog een lastige formatie.
zondag 9 mei 2010
De ruimte van de StemWijzer
De StemWijzer van het Instituut voor Publiek en Politiek maakt geen gebruik van een ruimtelijk model. Althans, je krijg geen plaatje te zien waarin jouw positie wordt vergeleken met die van de partijen. Er wordt gekeken naar de overeenstemming van je antwoorden met de antwoorden van partijen. Deze informatie kun je ook presenteren als een ‘ruimtelijk model’, maar dan een 30-dimensionaal model, waarbij elke stelling een 'dimensie' is. Nu weet ik niet hoe goed het voorstellingsvermogen van de gemiddelde lezer is, maar ik vind het nogal lastig om zo’n 30-dimensionaal model te visualiseren. Gelukkig hoeft dat ook niet. Want de antwoorden van partijen op de 30 stellingen hangen samen. Op een soortgelijke manier als Simon een inductieve analyse maakte van de stellingen van het Kieskompas, kun je dat ook doen van de stellingen van de StemWijzer:
Bovenstaand plaatje bevat dezelfde partijen als in het Kieskompas om de vergelijkbaarheid te vergroten. Met multidimensionale schaling is een weergave gemaakt waarin partijen die het vaak met elkaar eens zijn dicht bij elkaar staan en partijen die het vaak met elkaar oneens zijn ver van elkaar. Een tweedimensionaal model weet de belangrijkste tegenstellingen te vatten (Stress-I is 0.09). Deze analyse levert drie clusters van partijen op:
- Links: GL/PvdA/PvdD/D66/ChristenUnie/SP, waarbij met name de SP een beetje buiten het cluster staat. Dat is in zekere in opvallend, omdat in Simon’s Kieskompas-model juist D66 wat verder van deze groep afstaat, de SP dichtbij en de ChristenUnie in een cluster met CDA en SGP.
- Traditioneel rechts: CDA/VVD/SGP. Deze drie partijen vertegenwoordigen het ‘oude rechts’.
- Populistisch rechts: PVV/TROTS. Deze twee partijen combineren een rechts geluid op veel onderwerpen met anti-establishment posities op andere stelling, bijvoorbeeld de AOW, Politie-inzet bij evenementen en een kortere WW.
De clusters van partijen komen niet helemaal overeen met die in de inductieve analyse van het Kieskompas. Een afwijkende positie wordt ingenomen door de ChristenUnie (meer naar links bij de StemWijzer) en de SP (verder weg van andere linkse partijen). Eén verklaring hiervoor is dat de tweede dimensie in de StemWijzer-data de populistische van de niet-populistische partijen onderscheidt: zowel PVV, TROTS als SP hebben hierop een hoge score. In de data van het Kieskompas wordt de religieuze tegenstelling als tweede dimensie onderscheiden. Die religieuze dimensie is in het tweedimensionale StemWijzer-model niet duidelijk zichtbaar. Maar als we in plaats van twee, drie dimensies onderscheiden (Stress-I = 0.04), lijken de modellen van StemWijzer en Kieskompas al meer op elkaar. De posities van de partijen op de drie dimensies aan de hand van de StemWijzer zijn als volgt:
Er zijn dus wel verschillen tussen de StemWijzer en het Kieskompas in de selectie van stellingen, maar het onderliggende model van tegenstellingen is redelijk vergelijkbaar. Verschil is wel dat het Kieskompas dit inductieve model niet gebruikt, maar een deductief model (het bekende vierkant). De StemWijzer gebruikt dit model ook niet direct, maar de berekeningswijze sluit wel aan bij het model. Het nadeel van de StemWijzer is dat deze weinig inzicht geeft in de politieke verschillen tussen partijen. Het gebruik van een ruimtelijk model kan daar een bijdrage aan leveren.
Wie een volledig beeld wil krijgen van zijn politieke voorkeur, kan het beste zowel de StemWijzer als het Kieskompas gebruiken. Beschouw de uitkomst niet als een stemadvies, maar als een indicatie van je politieke positie. Kieshulpen zijn daarvoor heel geschikt, maar het is niet mogelijkheid om alle politieke verschillen in 30 stellingen te vatten. Daar is het partijstelsel te complex voor. Dat betekent ook dat er een hoop te kiezen valt. Gelukkig maar!




