Pages

Posts tonen met het label coalitie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label coalitie. Alle posts tonen

vrijdag 10 mei 2013

Coalitieconflict over illegaliteit: uitzondering of regel?

Nu het PvdA-congres het strafbaar stellen van illegaal verblijf nogmaals afwees, reist fractievoorzitter Samsom stad en land af om het compromis dat hij met de VVD sloot te verdedigen. Het was toch wel pijnlijk dat op hetzelfde congres als waar over partijdemocratie en beginselen werd gesproken een principiële congresafspraak door de politiek leider expliciet naast zich neer werd gelegd. Het lijkt er daarom op dat deze kwestie niet in stilte van de politieke agenda zal verdwijnen. Hoe uitzonderlijk is een openlijk conflict tussen coalitiepartijen is over afspraken uit het regeerakkoord eigenlijk? En als zo’n conflict ontstaat, hoe wordt dit dan opgelost?

vrijdag 3 december 2010

Hoe meer peilingen, hoe beter: een analyse van de steun voor de coalitiepartijen

De aanhang van de coalitiepartijen VVD, CDA en PVV is sinds het aantreden van het kabinet gestegen, maar in de laatste maand stabiel. Die trend valt te ontwaren uit de peilingen van de Politieke Barometer, Peil.nl en TNS NIPO, als je alle gegevens bij elkaar neemt. Vanaf de presentatie van het regeerakkoord was er een stijging van de steun voor de regeringspartijen, maar deze stijging vlakte vanaf eind oktober af. De affaire-Lucassen laat wel een verschuiving binnen de coalitie zien: de PVV verloor, terwijl het CDA won. De VVD steeg al sinds de zomer, maar lijkt wat af te vlakken.

De bovenstaande conclusies trek ik op basis van een analyse van alle peilingen sinds de verkiezingen van de Politieke Barometer, Peil.nl en TNS NIPO. In de onderstaande figuur zijn de percentages voor VVD, PVV en CDA in elke peiling weergegeven met gekleurde bollen. Met behulp van een door Simon Jackman ontwikkelde methode, kun je per dag berekenen wat de procentuele steun voor een partij of combinatie van partijen is, waarbij je al deze gegevens meeneemt. Peilingen zijn misschien wel onzeker en overschat, maar toch geldt: hoe meer je er hebt, hoe meer we weten.

Gekleurde bollen geven peilingen van de Politieke Barometer (blauw), Peil (rood) en TNS Nipo (groen). De zwarte lijn geeft de gemiddelde verwachting na 1 miljoen MCMC simulaties, het grijze gebied is een 95% waarschijnlijkheidsinterval. 


De methode werkt ongeveer als volgt. We gaan er vanuit dat de werkelijke steun voor de coalitie op een bepaalde dag wordt gemeten door de peilingen. Die hebben een foutmarge, omdat ze niet iedereen naar hun stemgedrag vragen, maar slechts 1000 of 1500 mensen (Peil.nl en de Politieke Barometer geven geen precieze aantallen per peiling, ik heb gerekend met 1500 respectievelijk 1000 respondenten). Als een peiling met 1000 mensen schat dat de coalitie 50% steun heeft, dan kun je er in 95% van de gevallen vanuit gaan dat de 'echte' steun ergens tussen de 47% en 53% ligt. Als er op een dag geen peiling is, gaat het model er vanuit dat de steun voor de coalitie gelijk is aan die van gisteren plus of minus een klein beetje ("random walk"). Hoe langer een peiling in het verleden ligt, hoe meer afwijkingen er kunnen zijn: mensen kunnen immers van mening veranderen. Als er weer een nieuwe peiling komt, wordt de schatting weer preciezer: we hebben immers weer meer gegevens over de stemvoorkeuren van mensen. Op deze manier kun je met behulp van een Markov Chain Monte Carlo (MCMC) model voor elke dag sinds de verkiezingen een inschatting maken van de steun voor de coalitiepartijen.

De bovenstaande figuur geeft aan dat er best wel wat onzekerheid is over de precieze steun voor de coalitie. De gemiddelde verwachting wordt weergegeven door de zwarte lijn, maar eigenlijk weten we maar met 95% zeker dat de steun voor de coalitiepartijen ergens in het grijze gebied ligt. Daarbij gaat dit model er ook nog vanuit dat de peilingbureaus de steun voor VVD/PVV/CDA niet stelselmatig over- of onderschatten ("huiseffecten") en dat ze net zo nauwkeurig zijn als je op basis van willekeurige steekproeftrekking kunt verwachten ("designeffecten"). Als je die aannames loslaat, blijft dezelfde ontwikkeling te zien, maar is de onzekerheidsmarge groter. In zekere zin geeft onderstaande figuur het meest rooskleurige beeld: de werkelijke onzekerheidsmarges zijn eerder groter dan kleiner.

Desalniettemin geven dit soort analyses toch meer informatie dan 'losse'  peilingen. Door het bundelen van informatie weten we meer over de 'echte'  voorkeuren van kiezers. Daarnaast laat het zien welke onzekerheden er zijn - en dat het dus onzin is om verschuivingen van enkele zetels in peilingen met ingewikkelde of simplistische verklaringen te duiden: grote kans dat er helemaal niets aan de hand was.

In volgende posts zal ik meer schrijven over het beeld van individuele partijen en laten zien wat er gebeurt als je zogenaamde 'huiseffecten' van peilingsbureaus meeneemt in de analyse.

donderdag 28 oktober 2010

Stemgedrag bij regeringsverklaring: kloof oppositie-coalitie

Het stemgedrag van partijen betreffende de moties die zijn ingediend bij het debat over de regeringverklaring laten een duidelijke kloof tussen oppositie en coalitie zien. Aan de kant van de oppositie staan SP, GroenLinks, D66, PvdA en (iets verder weg) de ChristenUnie. Het ‘regeringskamp’ wordt naast VVD en CDA bevolkt door PVV en SGP. Hoewel er enkele verschillen zijn tussen de regeringspartijen en hun gedoogpartner PVV stemmen zij toch in 74% van de niet-unanieme stemmingen gelijk. De overeenkomst tussen oud-coalitiegenoten CDA en PvdA is 47%.

Stemgedrag regeringsverklaring (1-dimensionaal)
(lijnen geven 95% credibility interval aan)
Op basis van het stemgedrag van partijen kun je een schatting maken van hun ‘ideaalposities’: de onderliggende verschillen van inzicht die ten grondslag liggen aan het stemgedrag. Het eendimensionale model hieronder afgebeeld is behoorlijk accuraat: met behulp van deze partijposities (en bijbehorende posities van elke motie) kun je 88,8% van de stemkeuzes correct voorspellen.
Aan de linkerkant van het spectrum staan achtereenvolgens PvdD, GroenLinks, PvdA, D66, SP en ChristenUnie. De laatste partij staat al iets verder naar het centrum. Aan de rechterzijde van het spectrum staan SGP, VVD, CDA en PVV. Dit stemgedrag lijkt sterk op dat in het vorige parlement, met een belangrijk verschil: PvdA en CDA staan nu duidelijk verder uit elkaar.
Het eendimensionale model is echter niet ‘perfect’. Zo is er een aantal stemmingen waarin PVV en SP (en andere linkse partijen) samen optrekken, bijvoorbeeld de PVV-motie over een ceremonieel Koningschap. Daarin wijkt het stemgedrag af van het dominante patroon. Om dit mee te kunnen nemen is ook een tweedimensionaal model gemaakt. Dit model voorspelt 92,9% van de stemkeuzes correct (de verbetering zit met name bij de PVV). Hierin is op de horizontale as hetzelfde beeld te zien als in het eendimensionale model, maar zien we op de verticale as binnen het rechtse blok een verschil tussen CDA, VVD en SGP aan de ene kant en de PVV aan de andere kant. Dit komt door een aantal stemmingen waarin PVV optrekt met één van de oppositiepartijen (met name SP en PvdD).
De bovenstaande modellen zijn gemaakt op basis van een zeer klein aantal stemmingen (22, waarvan 3 unaniem). Het geeft dus nog geen definitieve stempatronen. Maar als beeld indicatief zou zijn voor wat komen gaat, betekent dit dat er ondanks de bijzondere regeringsconstructie qua stemgedrag weinig nieuws onder de zon is.

zondag 5 september 2010

De coalitieruimte: kloof tussen links en rechts

Na de mislukte informatiepoging over rechts zijn de meningen van kiezers over de te vormen coalitie verder gepolariseerd. Dit blijkt uit een analyse van de resultaten van de meest recente peiling van Peil.nl. De VVD is de enige (vrijwel) onomstreden kandidaat voor deelname in het nieuw te vormen kabinet. Over de andere partijen die deel moeten nemen, lopen de meningen ver uiteen. De kloof tussen links en rechts is zeer groot.

Onderstaande figuur geeft de bijgewerkte ‘coalitieruimte’ weer: hoe kiezers denken over de samenstelling van het nieuw te vormen kabinet. Op basis van de vragen in Peil.nl van 5 september over de partijen die ‘zeker’ of ‘zeker niet’ deel moeten uitmaken van de coalitie, heb ik een afstandsmatrix tussen partijen en kiezersgroepen gemaakt. De afstand tussen PVV-kiezers en de PVV is heel klein: bijna al deze kiezers willen de PVV graag in de regering. De afstand tussen GroenLinks-kiezers en de PVV is echter 0,97 (maximaal 1), dus bijna alle ondervraagde GroenLinksers zeggen de PVV zeker niet in de regering te willen. De figuur is een grafische vertaling van deze afstandsmatrix (ongeveer zoals je een kaart kunt maken op basis van een afstandstabel tussen steden).

De centrale positie van de VVD geeft aan dat deelname van deze partij vrijwel onomstreden is: alleen SP’ers zeggen in meerderheid dat de VVD zeker niet in de regering moet. Helemaal links in de figuur staat de PVV: bepaalde kiezersgroepen willen de PVV graag in de regering (PVV-ers 96%, VVD-ers 55%), terwijl anderen dit juist verwerpen (GL-ers 95%, PvdA-ers 93%, SP-ers 83%). Voor de linkse partijen inclusief D66 is het beeld hetzelfde: linkse kiezers zien ze graag regeren, rechtse kiezers verafschuwen dit. De afstand tussen D66 en SP is hierbij nog het grootste: met name D66-ers zien de SP niet echt zitten.

In de rechtse groep partijen staat het CDA enigszins apart. PVV-kiezers staan niet meer echt te trappelen bij regeringsdeelname van de christen-democraten (20% van hen wil CDA zeker wel, 47% zeker niet). Daarom staat de rode stip van het CDA relatief ver weg van die van PVV en VVD (hoewel de CDA-kiezers toch nog vrij dicht bij de andere rechtse partijen staan). Kiezers van VVD en PVV zijn relatief eensgezind, hoewel PVV-ers duidelijk negatiever staan ten opzichte van D66 dan VVD-ers.

Ten opzichte van de ruimte van eind juli (hieronder afgebeeld) is er een grote mate van overeenstemming te zien, hoewel de verschillen tussen links en rechts (nog) sterker geworden lijken te zijn. De punten van (de kiezers van) PvdA, GroenLinks en D66 staan dicht bij elkaar, wat wil zeggen dat hun kiezers soortgelijke standpunten hebben en dat er over regeringsdeelname van de drie in het algemeen hetzelfde wordt gedacht door kiezers. De stip van de VVD is naar het midden geschoven, maar de liefde komt van links: kiezers van PvdA, D66 en GroenLinks willen graag dat VVD meedoet aan hun Paars+ avontuur, maar VVD-kiezers zitten daar helemaal niet op te wachten. Overigens staan VVD-ers (en CDA-ers) negatiever tegenover GroenLinks dan de PvdA, dus het is maar zeer de vraag of een Roti(+) coalitie van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie op veel steun kan rekenen. Als laatste valt de verwijdering tussen PVV en CDA op; gezien wat er de laatste weken allemaal is gebeurd, is dat natuurlijk geen verrassing.



De coalitieruimte laat zien dat de vraag ‘wat nu?’ een hele lastige is. Elke andere coalitie dan VVD/PVV/CDA moet de kloof tussen linkse en rechtse kiezers overbruggen. Dit geldt voor een middenvariant, voor Paars+ en ook voor Roti+. Zo’n coalitie zal in ieder geval door één groep kiezers met weinig enthousiasme onthaald worden. Het gevaar is dan ook dat deze kiezers bij volgende verkiezingen voor de meest radicale optie binnen hun linkse of rechtse blok zullen stemmen: nog meer polarisering. Het zal een enorme uitdaging zijn om deze scepsis te overwinnen met een goed programma en daadkrachtig optreden.

dinsdag 27 juli 2010

De coalitieruimte: publieke opinie over de regeringssamenstelling

Bij het vormen van een regeringscoalitie is het vaak net als bij de opstelling van het Nederlands elftal: hoewel wij er geen van alleen over gaan, hebben we er toch een duidelijke mening over. De kiezer stemt op een partij, niet op een coalitie, maar veel stemmers hebben daar wel een voorkeur over. Het maakt immers nogal wat uit of er een rechts kabinet komt of toch een coalitie van CDA, PvdA, SP en GroenLinks. Zeker nu de verkiezingsuitslag niet eenduidig is, wordt vaak verwezen naar de coalitie ‘die de kiezer wil’. Daarbij zijn opiniepeilingen vanzelfsprekend een belangrijke bron.

Vaak wordt in opiniepeilingen gevraagd naar de voorkeurscoalitie. Daarbij krijg je een lijstje met een beperkt aantal opties te zien. Probleem van die aanpak is dat de voorkeurscoalitie daar niet altijd bij hoeft te zitten. Daarnaast kun je twee coalities vrijwel even goed vinden. Het kan bijvoorbeeld best zo zijn dat je de Roemer-variant aantrekkelijk vindt, maar gezien de grotere meerderheid toch Paars+ eerst een kans wil(de) geven.

Een andere aanpak is om mensen te vragen hoe graag ze een bepaalde partij in de regering willen hebben. Na het mislukken van de onderhandelingen over Paars+ stelde Maurice de Hond juist deze vraag in zijn Peil.nl onderzoek, dat zondag gepubliceerd werd. Respondenten konden aangeven of ze een partij ‘(absoluut) wel’ of ‘(absoluut) niet’ in de regering wilden of dat het hen niks uitmaakte. Die oordelen heb ik vertaald in scores van 1 (absoluut niet) tot 5 (absoluut wel) en gemiddeld. Allereerst blijkt dat de verkiezingsdeelname van de VVD buiten kijf staat: de score van alle kiezers (blauwe balk) is bijna 4. De kleinere partijen zijn minder gewild, wat deels te verklaren is door het feit dat ze nou eenmaal minder eigen kiezers hebben (en eigen kiezers willen de partij sowieso wel in de regering). Des te opvallender is het dat D66 juist wel door velen in de regering wordt gewenst. De PVV is minder populair: de eigen kiezers (rode balk) willen de partij graag in de regering, maar de kiezers van andere partijen blijkbaar niet.



De peiling van De Hond geeft informatie over hoe graag kiezers van een bepaalde partij elke partij in de regering willen. De eigen partij is natuurlijk zeer populair: alle partijen scoren ruim boven de 4 (geen cijfers over de ChristenUnie). Het CDA scoort hierbij het laagste. De verkiezingsnederlaag leidt dus ook bij de eigen kiezers tot terughoudendheid. De Hond geeft ook informatie over hoe graag de kiezers van bijvoorbeeld het CDA alle andere partijen in de regering wil. Die informatie heb ik ‘vertaald’ naar de grafische tweedimensionale weergave die hieronder staat. In deze figuur staan partijen (rode stippen) en de kiezersgroepen van de verschillende partijen (blauwe stippen). Als twee stippen dicht bij elkaar staan, betekent dit dat de betreffende kiezersgroep graag wil dat de betreffende partij graag in de regering wil. PvdA-kiezers willen bijvoorbeeld graag hun eigen partij in de regering, maar ook GroenLinks, D66 en de SP zijn wat hen betreft onderdeel van een nieuwe regeringscoalitie. GroenLinks-kiezers staan veraf van de rode stip van de PVV: GroenLinkers gruwen dus van het idee van een regering met de PVV (omgekeerd trouwens ook). De assen hebben overigens geen betekenis: het gaat in deze figuur om de afstanden tussen kiezers en partijen (vergelijk het met een landkaart).



De coalitieruimte laat een duidelijke scheidslijn tussen rechts (VVD, PVV, CDA) en links (PvdA, SP, D66, GL) zien. Kiezers op één van de rechtse partijen zien (gemiddeld genomen) elke andere rechtse partij liever in de regering dan één van de linkse partijen. CDA’ers zijn zelfs positiever over regeringsdeelname van de PVV dan van de PvdA, hoewel het oordeel over die twee partijen niet veel verschilt. VVD’ers hebben liever het CDA dan D66. Bij de achterbannen van de linkse partijen is iets meer verdeeldheid. Geen van alleen gaat graag in zee met de rechtse partijen, maar bij de SP is men negatiever over de VVD dan bij GroenLinks en D66. Ook over de sociaal-liberalen zijn de socialisten veel negatiever dan GroenLinks-stemmers. Van Paars+ moeten de SP-ers duidelijk niets hebben.




Hoewel het beeld gecompliceerd is, wil dat niet zeggen dat de kiezer irrationeel is. Als je de deelnemende partijen van elke coalitie met elkaar verbindt door een lijn, wordt de politieke ruimte namelijk keurig netjes opgedeeld in vier veelhoeken. Rechtsonder staat de Paars+ coalitie, die duidelijk populairder is onder de linkse kiezers (vooral D66) dan bij VVD-stemmers. Links in de figuur staat de rechtse coalitie (dat houdt u als lezer scherp!). Hierover bestaat in feite een behoorlijk grote mate van overeenstemming, zeker tussen VVD en PVV-kiezers. De CDA-ers staan iets verder weg, maar de afstand tot de PvdA is als gezegd nog groter dan die tot de PVV. De middenvariant staat precies waar deze te verwachten is: in het midden. Maar dat maakt zo’n coalitie niet automatisch geliefd: het politieke midden is, in ieder geval in de ogen van de kiezers, een kale woestenij die overbrugd dient te worden. Mochten al deze opties mislukken, dan komt wellicht de ‘Roemer’ variant op tafel: PvdA-CDA-SP-GL. Hierbij is de afstand tussen de partijen echter ook groot: geen van de achterbannen van de linkse partijen is erg enthousiast over coalitiedeelname van het CDA. Zelfs SP-kiezers willen liever de VVD dan het CDA in het kabinet. Dit maakt de Roemer-variant tot de minst gewilde optie.

De kleine oppervlakte van de ‘rechtse’ driehoek suggereert dat de kiezersoordelen over zo’n coalitie helder zijn: love it (VVD’ers, PVV’ers en in minder mate CDA’ers) or hate it (kiezers op andere partijen).  Opvallend genoeg is ook de vierhoek van de Paars+ combinatie niet heel groot. VVD’ers mogen dan niet zo te spreken zijn over deze coalitie, het kiezersoordeel is relatief coherent. Bij de andere twee combinaties, zeker de ‘Roemer-variant’ moeten, ook in de perceptie van kiezers, grotere verschillen worden overwonnen.


N.B. Peilingen zoals die van peil.nl hebben foutmarges. Deze foutmarges werden in dit geval niet gerapporteerd door peil.nl, maar deze zijn waarschijnlijk redelijk groot, omdat de hier gebruikte gegevens de opinies weergeven van subgroepen (namelijk de kiezers op een bepaalde partij). De groep van GroenLinks-kiezers bestaat bijvoorbeeld waarschijnlijk maar uit zo'n 100 respondenten, waardoor de onzekerheidsmarge van de steekproef al snel oploopt naar zo'n +- 5 procent (of meer). De in deze analyse vermelde patronen zullen waarschijnlijk bij benadering kloppen, maar bij het aflezen van de locatie van kiezersgroepen en partijen moet dus een zekere onzekerheidsmarge in acht worden genomen.

donderdag 22 juli 2010

Tussen fractie en partij

Vanavond las ik met interesse het rapport dat verscheen over de perikelen rondom de collegedeelname van GroenLinks in Arnhem. Het geeft een interessante inkijk in het proces van onderhandelingen en hoe dat fout kan gaan als de communicatie niet optimaal is. Uiteindelijk heeft de gemeenteraadsfractie ingestemd met collegedeelname, terwijl de afdelingsvergadering dit akkoord had verworpen. De verwerping van het akkoord gebeurde overigens niet zozeer vanwege inhoudelijke redenen, maar omdat er gedoe was ontstaan rond de invulling van de wethouderspost. De beoogde kandidaat kon zich niet vinden in het idee dat de zes wethouders elk 80% betaald zouden krijgen, maar wel volledig gingen werken. De episode brengt de aloude tegenstelling tussen fractie en partij weer in kaart.

De tegenstelling tussen de volksvertegenwoordigers en bestuurders van een partij vormt al sinds de vorming van massapartijen van tijd tot tijd een probleem. Als iedereen het eens is, hoor je natuurlijk niemand. Maar als er een verschil van inzicht is, komt de vraag naar boven: wie heeft het hier nu voor het zeggen? De wetgeving is daar in vrijwel alle landen heel duidelijk over: de volksvertegenwoordigers bepalen zelf wat ze zeggen en hoe ze stemmen. In Nederland bestaan politieke partijen wettelijk gezien zelfs eigenlijk niet, behalve voor subsidiedoeleinden. De fractie bepaalt dus zelf hoe ze zich politiek opstelt, de fractieleden gaan over hun eigen stemgedrag en kunnen dus ook besluiten om deel te nemen aan een college. Het enige wat een partij kan doen is ze er uit gooien als ze het echt te bont maken, maar dat ultieme middel wordt natuurlijk pas ingezet als alle pogingen tot bemiddeling mislukken. Het laatste voorbeeld hiervan is SP-Europarlementariër Kartika Liothard, die na ruzie met de fractievoorzitter als onafhankelijk lid verder ging.

Overigens verzet de wetgever zich er niet tegen dat de partij zich met de fractie bemoeit, bijvoorbeeld via overleg tussen bestuur en fractie of middels het afleggen van verantwoordelijkheid aan ledenvergaderingen. De fractieleden moeten zonder 'last of ruggenspraak' kunnen spreken en stemmen in de gemeenteraad, maar informatie en verantwoording is niet uitgesloten. Eén passage in de toelichting van het Arnhemse rapport verbaasde mij dan ook enigzins. Er wordt voorgesteld om de Arnhemse reglementen te wijzigen, zodat de afdelingsvoorzitter niet langer in de onderhanderlingsdelegatie voor de coalitieonderhandelingen zit. Dit is op zich een goed voorstel, want de fractie lijkt de eerst aangewezene voor het voeren van de onderhandelingen. De motivatie van de commissie is echter:
"Motivatie: Analoog aan landelijke reglement. Bestuurder kan geen lid zijn van de onderhandeldelegatie. De fractie is de wettelijk aangewezen onderhandelingspartner."
Hiervoor kan ik noch in de reglementen van GroenLinks noch in de wet steun vinden. In de GroenLinkse reglementen staat dat het bestuur wordt betrokken bij het interne overleg over de onderhandelingen, maar er staat niet dat een bestuurder de 'externe' onderhandelingen niet mag voeren. In de Gemeentewet staat maar één ding over de college-onderhandelingen, namelijk dat de burgemeester daar achteraf over geïnformeerd moet worden. Natuurlijk, uit de wet volgt dat de fractie geen betrokkenheid van de partij hoeft te zoeken en dat ze geen instemming van de partij nodig heeft. Maar dat betekent nog niet dat de fractie daarmee de 'wettelijk aangewezen' onderhandelingspartner is. Wettelijk gezien is daarvoor namelijk helemaal niemand aangewezen. Net als in de landelijke coalitieformatie is dit een proces wat zich grotendeels aan het geschreven recht onttrekt. Wat er wettelijk gezien toe doet is wie er uiteindelijk stemt over de benoeming van de wethouders. Dat is volstrekt helder: de raadsleden. Maar als de raadsleden onvoldoende draagvlak hebben binnen een partij(afdeling), kan dat wel uitmonden in conflict en crisis. En daar wordt uiteindelijk geen van beide beter van.

zondag 27 juni 2010

De informateur heeft geen haast

De rituele dans van het coalitiespel. Zo noemde ik mijn vorige blogpost over de formatie. De afgelopen twee weken voldeden grotendeels aan dit beeld, hoewel er het vooral om ging met wie de partijleiders niet wilden dansen. Verhagen wilde niet met Wilders, Rutte niet met het drietal Cohen-Pechtold-Halsema, Cohen niet met het rechtse duo Verhagen-Rutte en Pechtold en Halsema houden blijkbaar niet van volksdansen, want zij zagen geen heil in een dans met z’n vijven. Dit zijn vooral omtrekkende bewegingen, want als de toehoorders zijn gemasseerd dan is geen enkele van deze coalities ondenkbaar.

Het doel van de rituele coalitiedans is niet zozeer ter vermaak van de deelnemers of toeschouwers. Het moet net lijken of ieder zijn huid duur verkocht. Cohen kan niet zomaar met CDA-VVD gaan praten, Rutte kan noch zo veel van Paars+ houden, maar dat pikt zijn achterban niet, en ook voor Verhagen geldt dat zijn fractie, die sowieso waarschijnlijk niet echt staat te springen, niet zomaar zal instemmen met een kabinet met PVV en VVD.

Hoe lang zal deze voorstelling nog duren? Een kabinet voor 1 juli was natuurlijk volstrekt belachelijke verkiezingsretoriek, dat wist Rutte zelf ook wel. Als we de huidige procedure eens langs die van de vorige keer leggen, zien we dat de huidige formatie niet atypisch is. Toen duurde de verkennende fase vanaf verkiezingsdag tot de benoeming van Wijffels net geen maand (28 dagen). Daarvan werden 11 dagen besteed aan een verkenning van een combinatie CDA-PvdA-SP, die niet succesvol bleek. Daarna werd in zo’n vijf dagen besloten dat de ChristenUnie de derde coalitiepartij zou moeten zijn. De onderhandelingsfase onder leiding van Wijffels duurde ongeveer 50 dagen (inclusief kerstvakantie). De laatste 13 werd onder leiding van formateur Balkenende gewerkt aan de personele invulling.



Het huidige proces bevindt zich duidelijk nog in de verkennende fase. De gesprekken van het staatshoofd en informateur Rosenthal duurden bij elkaar 16 dagen. Daarbij werd eigenlijk slechts één coalitie uitgesloten, namelijk die met de grootste partij en de grootste winnaar (VVD-PVV-CDA), net zoals tijdens de informatie van 2006 toen eerst de coalitie met CDA en SP werd verkend. Vier jaar geleden stemde de PvdA daarna vrij snel in met de ChristenUnie als derde partij. Dat ligt ook een stuk makkelijker dan instemmen met een coalitie met CDA en VVD. Ten eerste staat de ChristenUnie een stuk dichterbij de PvdA dan het CDA. Ten tweede was het een veel kleinere partij. De vraag is dus of de PvdA nu ook weer zo snel zal instemmen als vier jaar geleden. Dit geldt ook voor de andere partijen.

Het valt dus te verwachten dat de eerste informatiefase langer gaat duren dan vier jaar terug. De fractievoorzitters zullen proberen te gaan onderhandelen over hun eigen voorkeurscoalitie. Een ander scenario is dat ze er nu wel snel uitkomen, maar de echte onderhandelingen zullen laten klappen (zoals in 2003 bij CDA-PvdA, zoals ook bij Paars in 1994). Gemakkelijk zal het in ieder geval niet worden; waarschijnlijk zal de formatie dus zelfs iets langer duren dan in 2006.

vrijdag 11 juni 2010

De rituele dans van het coalitiespel: Rechts, Nationaal of Paars+?

Nu de kiezer de zetels in de Tweede Kamer heeft verdeeld, moet de politiek op zoek naar een geschikte coalitieregering. In een situatie met tien partijen, zijn er 1023 mogelijke regeringssamenstellingen. Van die ruim duizend hebben er 507 een meerderheid. Veel van die coalities zijn niet erg voor de hand liggend, bijvoorbeeld een coalitie die uit alle partijen zou bestaan. De meeste aandacht zal uitgaan naar coalities waarbij alle partijen noodzakelijk zijn voor de meerderheid, de zogenaamde ‘minimal winning’ coalities. Er zijn in totaal 40 van die mogelijkheden, waarvan ik vijf voor de hand liggende opties op een rijtje heb gezet:


De meeste partijen hebben inmiddels aangegeven dat een Rechtse coalitie van VVD, PVV en CDA onderzocht moet worden. Deze combinatie heeft echter maar 76 zetels, iets wat ook VVD-leider Rutte zorgen baart. Maar omdat de PVV zo veel heeft gewonnen, wil hij toch eerst deze optie onderzoeken. Dit kan ook tactiek zijn. De VVD en PVV achterban zou het niet zomaar pikken als Rutte meteen Paars+ gaat onderzoeken; door eerst Rechts te verkennen, kan Rutte later niet worden verweten dat hij het niet met de PVV wilde proberen.

Een andere combinatie met drie partijen is een Nationaal kabinet met VVD, PvdA en CDA. Deze optie wordt traditioneel als onwenselijk gezien, omdat er dan geen echte oppositie zou zijn. Dat argument gaat inmiddels echter niet meer op. Er zijn naast de grote drie nog vier andere partijen in het parlement met minstens 10 zetels. Een Nationaal kabinet is een onlogische keuze.

Hoewel het er op lijkt dat Maxime Verhagen nog best een keer minister van Buitenlandse Zaken zou willen worden, kan het CDA natuurlijk ook voor de oppositie kiezen. In dat geval ligt Paars+ het meeste voor de hand. Deze combinatie van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks heeft een vrij ruimte meerderheid van 8 1 zetels, maar zal wel vrij forse ideologische verschillen moeten overwinnen. De partijen kunnen elkaar wel vinden op de noodzaak van hervorming, maar over de precieze maatregelen is men het niet eens. De formatie van Paars+ zou dan ook wel eens lang kunnen duren.

Zonder de VVD kan ook worden geregeerd. Eén optie is een Rooms-Rode coalitie met de drie linkse partijen PvdA, GroenLinks en SP aangevuld met het CDA. De SP heeft haar voorkeur uitgesproken voor deze coalitie, maar het is zeer de vraag of het CDA zo’n avontuur aan zou durven. Uit alle mogelijke opties, is dit één van de meest linkse mogelijkheden.

Als zowel VVD, PVV als SP buiten de regering worden gehouden, blijft een Centrum combinatie over bestaande uit PvdA, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie. In feite de ‘oude coalitie’, die haar meerderheid ruim heeft verloren (nu 56 zetels), aangevuld met D66 en GroenLinks. Gezien dat feit ligt ook deze coalitie ook niet echt voor de hand, maar als de formatie lang gaat duren, kan het soms vreemd lopen.

Wat zijn de politiek-inhoudelijke posities van deze mogelijkheden? Veel kiezers zullen inmiddels bekend zijn met de politieke ruimte van het Kieskompas. In deze tweedimensionale figuur staan de partijen gepositioneerd op twee assen: links-rechts en conservatief-progressief. Hoewel op de samenstelling van die assen een hoop aan te merken is, kun je de ruimte gebruiken om de politiek-inhoudelijke positie van de coalities te schatten. Het kieskompas bestaat uit 30 stellingen, waarop partijen een positie innemen van 1 tot 5. De positie van een coalitie op een stelling is berekend als het gemiddelde van de positie van de coalitiepartners (gewogen naar zetelaantal). De positie in de ruimte is vervolgens net zo berekend als dat voor de partijen ook is gebeurd: door het gemiddelde te nemen van de positie op de stellingen. Op deze manier kun je dus de coalitie-opties ook in de ruimte van het Kieskompas weergeven. Dit is zeker geen perfecte voorspelling van het coalitieakkoord, maar geeft enig idee van wat te verwachten valt (immigratie en integratie komt bijvoorbeeld niet sterk voor in het kieskompas, dus deze verschillen worden waarschijnlijk onderschat).

De kleine grijze puntjes staan voor de posities van de minimal winning coalities. De meeste van deze coalities zitten net aan de conservatieve kant van de ruimte, zowel links als rechts. De vijf coalities van hierboven heb gemarkeerd in het rood en van een label voorzien. De meest rechtse coalitie is duidelijk die van VVD, PVV en CDA (Rechts). Deze coalitie staat het dichtste bij VVD, PVV en CDA. De Nationale staat ook vrij ver naar rechts; dat is dus qua beleid de tweede voorkeur voor CDA en VVD. Paars+ is een veel progressievere optie (namelijk met PvdA, GroenLinks en D66), die ook nog eens duidelijk meer naar links staat. Geen wonder dat Rutte hier vooralsnog niet zo veel voor voelt. Nog iets verder naar links staat de Centrum coalitie, die redelijk aantrekkelijk lijkt voor de PvdA, maar niet echt voor andere partijen. De meest linkse regering die getalsmatig mogelijk is de Rooms-Rode combinatie van de drie linkse partijen met het CDA. Aantrekkelijk voor die linkse partijen, maar absoluut niet voor het CDA.

Gezien de getalsverhoudingen en de politiek-inhoudelijke afstanden lijken dus Rechts, Nationaal en Paars+ de meeste kans te maken. De eerste coalitie is inhoudelijk coherent, maar heeft de kleinst mogelijke meerderheid. De tweede coalitie komt wellicht daarna in beeld, maar zal voor de PvdA minder aantrekkelijk zijn. Daarnaast moet het CDA ook daar aan mee doen en het is de vraag of die partij wil regeren. Paars+ is een alternatief zonder CDA, maar zal met name voor de VVD minder aantrekkelijk zijn vanwege inhoudelijke verschillen. Waarschijnlijk zal men eerst rechts verkennen; mocht dat toch te instabiel blijken (ook met eventuele gedoogsteun van SGP en/of CU), dan is waarschijnlijk Paars+ de volgende optie. Maar een Nationaal kabinet kan nog niet worden uitgesloten.


donderdag 22 april 2010

"Samen Leiden", maar waarheen? De positie van het coalitieakkoord

Afgelopen dinsdag presenteerde de nieuwe Leidse coalitie van D66, VVD, SP en CDA het coalitieakkoord getiteld "Samen Leiden". Na de aanvankelijke poging om alle partijen te betrekken in een breed gedragen college, bleven deze vier partijen over. PvdA werd al relatief snel de deur gewezen door D66, terwijl GroenLinks enige tijd later uit het overleg moest vertrekken, vanwege wantrouwen tussen GroenLinks en de VVD. Het akkoord bestaat uit een bestuursakkoord en een beleidsakkoord. Het bestuursakkoord ziet er op de manier van politiek bedrijven te verbeteren, iets wat de verziekte Leidse verhoudingen volgens alle partijen goed kunnen gebruiken.

In het beleidsakkoord staan enkele belangrijke beleidsuitgangspunten. Eén van de uitgangspunten van de 'nieuwe bestuursstijl is echter dat niet alles wordt dichtgetimmerd in het akkoord. De twee pagina's bevatten natuurlijk de belangrijkste kwesties zoals RijnGouweLijn en Oostvlietpolder, maar veel kleinere specifieke punten worden overgelaten aan College en raadsmeerderheden.

De vraag bij zo'n akkoord is wat de politieke richting is. Samen Leiden, maar waarheen? Vele kiezers hebben voor hun stemkeuze het advies van het Kieskompas gebruikt, dus één manier om een idee te krijgen waar het akkoord staat is het te plaatsen in de politieke ruimte van het Kieskompas. Eén beperking is daarbij dat beleidsakkoord niet op alle stellingen van het kieskompas een duidelijk antwoord geeft; eigenlijk maar op 9 stellingen, met name over Verkeer, Milieu en Economie. Als je dat doet, geeft het kieskompas het volgende beeld:


De posities van de partijen is in dit beeld alleen afhankelijk van de stellingen waarop het coalitieakkoord een antwoord geeft. Het akkoord (kruis) staat duidelijk ter rechterzijde, in de buurt van de VVD. Dit is ook niet zo vreemd. De VVD heeft immers binnen de coalitie het meest te verliezen bij het zoeken naar raadsmeerderheden, want die partij staat aan het rechteruiteinde van het spectrum. Toch is het opvallend dat de positie van het coalitieakkoord zo ver naar rechts staat. Dat komt wellicht door de manier waarop het Kieskompas bepaalde onderwerpen toewijst aan bepaalde assen.

Een andere manier om in kaart te brengen welke verschillen er zijn tussen het coalitieakkoord en de partijposities in het Kieskompas is door de overeenstemming te berekenen als percentage. Als een partij het steeds eens is met het coalitieakkoord is de overeenstemming 100%, als de partij steeds aan het andere uiterste staat is de overeenstemming 0%:

In deze figuur zien we duidelijke verschillen. Aan de ene kant staat GroenLinks: de overeenstemming met Samen Leiden is maar 31%. Het is dus niet heel vreemd dat deze partij het niet eens kon worden met de andere partijen over dit akkoord. Aan de andere kant staat de Stadspartij. Zij is het eigenlijk op elk punt eens met het coalitieakkoord. Ook de ChristenUnie is het vaak eens met de standpunten van het coalitieakkoord op de 9 stellingen. De coalitiepartijen CDA, D66 en VVD liggen allemaal rond de 70%, maar voor de SP is de overeenstemming minder dan 60%. Daar zit dus het grootste inhoudelijke meningsverschil in de coalitie.

Eén van de belangrijke afspraken in het akkoord is dat alle niet-genoemde onderwerpen aan de Raad zijn. Daarbij wordt dus steeds gezocht naar raadsmeerderheden. Daarbij zal de positie van het 'middelste' (mediane) raadslid doorslaggevend zijn: degene die in het midden staat tussen de uiterste standpunten in de raad. Als we er dus vanuit gaan dat op de 21 stellingen waarop het coalitieakkoord niets zegt, het 'middelste' raadslid beslist, verandert de mate van overeenstemming voor een aantal partijen sterk:

Het grootste verschil zit bij GroenLinks. Als men alleen naar het akkoord kijkt, is de overeenstemming maar 31%. Als we echter kijken naar de combinatie van collegeakkoord en raadsbesluit, stijgt de overeenstemming naar 63%. Ook voor de SP, PvdA, D66 en de PvdD stijgt de overeenstemming als we de invloed van de raadsmeerderheden meenemen. Voor de rechtse partijen neemt de overeenstemming echter af, Dat geeft aan dat het akkoord inderdaad vooral 'rechts' is. De SLO en VVD dalen beide ongeveer 15 procentpunt. D66 profiteert van de collegepartijen het meeste van het besluiten met wisselende Raadsmeerderheden. Deze partij staat immers vaak in het politieke midden.

Hieruit kunnen we twee dingen afleiden. Ten eerste, het collegeakkoord bevat meer rechtse dan linkse voorstellen (in ieder geval in termen van de stellingen van het Kieskompas). Dit is niet zo vreemd, want de VVD zal in de Raad niet zo gemakkelijk de handen op elkaar krijgen voor veel van hun voorstellen. SP en D66 kunnen hun voorstellen gemakkelijker door de raad krijgen als ze op onderwerpen GroenLinks en de PvdA meekrijgen.

Ten tweede, de VVD heeft het meeste te verliezen in de Raad. Er zal dus een soort spanning binnen het college ontstaan tussen CDA en VVD aan de ene kant en D66 en de SP aan de andere kant. De eerste twee partijen hebben er in zekere zin belang bij om als coalitie op te treden, terwijl de laatste twee partijen juist belang hebben bij het besluiten met wisselende raadsmeerderheden. Het is dus de vraag hoe de nieuwe politiek vorm krijgt. Zullen CDA en VVD bereid zijn om hun verlies te nemen voor bepaalde onderwerpen ter wille van de nieuwe werkwijze? En zullen D66 en SP echt actief op zoek gaan naar samenwerking over links? We zullen het zien.