vrijdag 10 mei 2013
Coalitieconflict over illegaliteit: uitzondering of regel?
vrijdag 3 december 2010
Hoe meer peilingen, hoe beter: een analyse van de steun voor de coalitiepartijen
donderdag 28 oktober 2010
Stemgedrag bij regeringsverklaring: kloof oppositie-coalitie
![]() |
| Stemgedrag regeringsverklaring (1-dimensionaal) (lijnen geven 95% credibility interval aan) |
zondag 5 september 2010
De coalitieruimte: kloof tussen links en rechts
dinsdag 27 juli 2010
De coalitieruimte: publieke opinie over de regeringssamenstelling
donderdag 22 juli 2010
Tussen fractie en partij
De tegenstelling tussen de volksvertegenwoordigers en bestuurders van een partij vormt al sinds de vorming van massapartijen van tijd tot tijd een probleem. Als iedereen het eens is, hoor je natuurlijk niemand. Maar als er een verschil van inzicht is, komt de vraag naar boven: wie heeft het hier nu voor het zeggen? De wetgeving is daar in vrijwel alle landen heel duidelijk over: de volksvertegenwoordigers bepalen zelf wat ze zeggen en hoe ze stemmen. In Nederland bestaan politieke partijen wettelijk gezien zelfs eigenlijk niet, behalve voor subsidiedoeleinden. De fractie bepaalt dus zelf hoe ze zich politiek opstelt, de fractieleden gaan over hun eigen stemgedrag en kunnen dus ook besluiten om deel te nemen aan een college. Het enige wat een partij kan doen is ze er uit gooien als ze het echt te bont maken, maar dat ultieme middel wordt natuurlijk pas ingezet als alle pogingen tot bemiddeling mislukken. Het laatste voorbeeld hiervan is SP-Europarlementariër Kartika Liothard, die na ruzie met de fractievoorzitter als onafhankelijk lid verder ging.
Overigens verzet de wetgever zich er niet tegen dat de partij zich met de fractie bemoeit, bijvoorbeeld via overleg tussen bestuur en fractie of middels het afleggen van verantwoordelijkheid aan ledenvergaderingen. De fractieleden moeten zonder 'last of ruggenspraak' kunnen spreken en stemmen in de gemeenteraad, maar informatie en verantwoording is niet uitgesloten. Eén passage in de toelichting van het Arnhemse rapport verbaasde mij dan ook enigzins. Er wordt voorgesteld om de Arnhemse reglementen te wijzigen, zodat de afdelingsvoorzitter niet langer in de onderhanderlingsdelegatie voor de coalitieonderhandelingen zit. Dit is op zich een goed voorstel, want de fractie lijkt de eerst aangewezene voor het voeren van de onderhandelingen. De motivatie van de commissie is echter:
"Motivatie: Analoog aan landelijke reglement. Bestuurder kan geen lid zijn van de onderhandeldelegatie. De fractie is de wettelijk aangewezen onderhandelingspartner."Hiervoor kan ik noch in de reglementen van GroenLinks noch in de wet steun vinden. In de GroenLinkse reglementen staat dat het bestuur wordt betrokken bij het interne overleg over de onderhandelingen, maar er staat niet dat een bestuurder de 'externe' onderhandelingen niet mag voeren. In de Gemeentewet staat maar één ding over de college-onderhandelingen, namelijk dat de burgemeester daar achteraf over geïnformeerd moet worden. Natuurlijk, uit de wet volgt dat de fractie geen betrokkenheid van de partij hoeft te zoeken en dat ze geen instemming van de partij nodig heeft. Maar dat betekent nog niet dat de fractie daarmee de 'wettelijk aangewezen' onderhandelingspartner is. Wettelijk gezien is daarvoor namelijk helemaal niemand aangewezen. Net als in de landelijke coalitieformatie is dit een proces wat zich grotendeels aan het geschreven recht onttrekt. Wat er wettelijk gezien toe doet is wie er uiteindelijk stemt over de benoeming van de wethouders. Dat is volstrekt helder: de raadsleden. Maar als de raadsleden onvoldoende draagvlak hebben binnen een partij(afdeling), kan dat wel uitmonden in conflict en crisis. En daar wordt uiteindelijk geen van beide beter van.
zondag 27 juni 2010
De informateur heeft geen haast

vrijdag 11 juni 2010
De rituele dans van het coalitiespel: Rechts, Nationaal of Paars+?
De meeste partijen hebben inmiddels aangegeven dat een Rechtse coalitie van VVD, PVV en CDA onderzocht moet worden. Deze combinatie heeft echter maar 76 zetels, iets wat ook VVD-leider Rutte zorgen baart. Maar omdat de PVV zo veel heeft gewonnen, wil hij toch eerst deze optie onderzoeken. Dit kan ook tactiek zijn. De VVD en PVV achterban zou het niet zomaar pikken als Rutte meteen Paars+ gaat onderzoeken; door eerst Rechts te verkennen, kan Rutte later niet worden verweten dat hij het niet met de PVV wilde proberen.
Een andere combinatie met drie partijen is een Nationaal kabinet met VVD, PvdA en CDA. Deze optie wordt traditioneel als onwenselijk gezien, omdat er dan geen echte oppositie zou zijn. Dat argument gaat inmiddels echter niet meer op. Er zijn naast de grote drie nog vier andere partijen in het parlement met minstens 10 zetels. Een Nationaal kabinet is een onlogische keuze.
Hoewel het er op lijkt dat Maxime Verhagen nog best een keer minister van Buitenlandse Zaken zou willen worden, kan het CDA natuurlijk ook voor de oppositie kiezen. In dat geval ligt Paars+ het meeste voor de hand. Deze combinatie van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks heeft een vrij ruimte meerderheid van 8 1 zetels, maar zal wel vrij forse ideologische verschillen moeten overwinnen. De partijen kunnen elkaar wel vinden op de noodzaak van hervorming, maar over de precieze maatregelen is men het niet eens. De formatie van Paars+ zou dan ook wel eens lang kunnen duren.
Zonder de VVD kan ook worden geregeerd. Eén optie is een Rooms-Rode coalitie met de drie linkse partijen PvdA, GroenLinks en SP aangevuld met het CDA. De SP heeft haar voorkeur uitgesproken voor deze coalitie, maar het is zeer de vraag of het CDA zo’n avontuur aan zou durven. Uit alle mogelijke opties, is dit één van de meest linkse mogelijkheden.
Als zowel VVD, PVV als SP buiten de regering worden gehouden, blijft een Centrum combinatie over bestaande uit PvdA, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie. In feite de ‘oude coalitie’, die haar meerderheid ruim heeft verloren (nu 56 zetels), aangevuld met D66 en GroenLinks. Gezien dat feit ligt ook deze coalitie ook niet echt voor de hand, maar als de formatie lang gaat duren, kan het soms vreemd lopen.
Wat zijn de politiek-inhoudelijke posities van deze mogelijkheden? Veel kiezers zullen inmiddels bekend zijn met de politieke ruimte van het Kieskompas. In deze tweedimensionale figuur staan de partijen gepositioneerd op twee assen: links-rechts en conservatief-progressief. Hoewel op de samenstelling van die assen een hoop aan te merken is, kun je de ruimte gebruiken om de politiek-inhoudelijke positie van de coalities te schatten. Het kieskompas bestaat uit 30 stellingen, waarop partijen een positie innemen van 1 tot 5. De positie van een coalitie op een stelling is berekend als het gemiddelde van de positie van de coalitiepartners (gewogen naar zetelaantal). De positie in de ruimte is vervolgens net zo berekend als dat voor de partijen ook is gebeurd: door het gemiddelde te nemen van de positie op de stellingen. Op deze manier kun je dus de coalitie-opties ook in de ruimte van het Kieskompas weergeven. Dit is zeker geen perfecte voorspelling van het coalitieakkoord, maar geeft enig idee van wat te verwachten valt (immigratie en integratie komt bijvoorbeeld niet sterk voor in het kieskompas, dus deze verschillen worden waarschijnlijk onderschat).
Gezien de getalsverhoudingen en de politiek-inhoudelijke afstanden lijken dus Rechts, Nationaal en Paars+ de meeste kans te maken. De eerste coalitie is inhoudelijk coherent, maar heeft de kleinst mogelijke meerderheid. De tweede coalitie komt wellicht daarna in beeld, maar zal voor de PvdA minder aantrekkelijk zijn. Daarnaast moet het CDA ook daar aan mee doen en het is de vraag of die partij wil regeren. Paars+ is een alternatief zonder CDA, maar zal met name voor de VVD minder aantrekkelijk zijn vanwege inhoudelijke verschillen. Waarschijnlijk zal men eerst rechts verkennen; mocht dat toch te instabiel blijken (ook met eventuele gedoogsteun van SGP en/of CU), dan is waarschijnlijk Paars+ de volgende optie. Maar een Nationaal kabinet kan nog niet worden uitgesloten.
donderdag 22 april 2010
"Samen Leiden", maar waarheen? De positie van het coalitieakkoord
De posities van de partijen is in dit beeld alleen afhankelijk van de stellingen waarop het coalitieakkoord een antwoord geeft. Het akkoord (kruis) staat duidelijk ter rechterzijde, in de buurt van de VVD. Dit is ook niet zo vreemd. De VVD heeft immers binnen de coalitie het meest te verliezen bij het zoeken naar raadsmeerderheden, want die partij staat aan het rechteruiteinde van het spectrum. Toch is het opvallend dat de positie van het coalitieakkoord zo ver naar rechts staat. Dat komt wellicht door de manier waarop het Kieskompas bepaalde onderwerpen toewijst aan bepaalde assen.
Een andere manier om in kaart te brengen welke verschillen er zijn tussen het coalitieakkoord en de partijposities in het Kieskompas is door de overeenstemming te berekenen als percentage. Als een partij het steeds eens is met het coalitieakkoord is de overeenstemming 100%, als de partij steeds aan het andere uiterste staat is de overeenstemming 0%:
Eén van de belangrijke afspraken in het akkoord is dat alle niet-genoemde onderwerpen aan de Raad zijn. Daarbij wordt dus steeds gezocht naar raadsmeerderheden. Daarbij zal de positie van het 'middelste' (mediane) raadslid doorslaggevend zijn: degene die in het midden staat tussen de uiterste standpunten in de raad. Als we er dus vanuit gaan dat op de 21 stellingen waarop het coalitieakkoord niets zegt, het 'middelste' raadslid beslist, verandert de mate van overeenstemming voor een aantal partijen sterk:
Hieruit kunnen we twee dingen afleiden. Ten eerste, het collegeakkoord bevat meer rechtse dan linkse voorstellen (in ieder geval in termen van de stellingen van het Kieskompas). Dit is niet zo vreemd, want de VVD zal in de Raad niet zo gemakkelijk de handen op elkaar krijgen voor veel van hun voorstellen. SP en D66 kunnen hun voorstellen gemakkelijker door de raad krijgen als ze op onderwerpen GroenLinks en de PvdA meekrijgen.
Ten tweede, de VVD heeft het meeste te verliezen in de Raad. Er zal dus een soort spanning binnen het college ontstaan tussen CDA en VVD aan de ene kant en D66 en de SP aan de andere kant. De eerste twee partijen hebben er in zekere zin belang bij om als coalitie op te treden, terwijl de laatste twee partijen juist belang hebben bij het besluiten met wisselende raadsmeerderheden. Het is dus de vraag hoe de nieuwe politiek vorm krijgt. Zullen CDA en VVD bereid zijn om hun verlies te nemen voor bepaalde onderwerpen ter wille van de nieuwe werkwijze? En zullen D66 en SP echt actief op zoek gaan naar samenwerking over links? We zullen het zien.













