Pages

Posts tonen met het label uitslagen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitslagen. Alle posts tonen

zondag 13 maart 2011

Analyse verkiezingsuitslag in Leiden: coalitie verliest licht

De uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen in Leiden is geen nieuws meer. D66 werd net aan de grootste partij in de sleutelstad, twee stemmen voor de PvdA. Dankzij een dataset met een uitslag uitgesplitst per stembureau en kandidaat, die de gemeente Leiden mij ter beschikking stelde, kunnen we nu echter ook wat meer zeggen over de spreiding over de verschillende wijken en de Leidse voorkeursstemmen.



Het algemene beeld in de laatste zes verkiezingen in Leiden is duidelijk: D66 wint, de PVV heeft voet aan de grond gekregen en het CDA verliest dramatisch. De christen-democraten verloren sinds de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 steeds terrein, tot een dieptepunt van 5,9% van de Leidse stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen. Het CDA doet het in Leiden dus nog zelfs iets slechter dan bij de Tweede Kamerverkiezingen in juni, terwijl de opkomstbereidheid van de christendemocratische kiezer doorgaangs hoger is. De ChristenUnie deed het ook niet erg goed, maar won wel licht ten opzichte van juni 2010. De grote winnaars, D66, wisten weer een sterke uitslag te realiseren in Leiden, duidelijk hoger dan in juni bij de Tweede Kamer, maar tevens duidelijk lager dan bij de Europese Verkiezingen (2009) en de laatste Gemeenteraadsverkiezingen. De PvdA deed het bij die laatste twee verkiezingen juist relatief slecht in Leiden, maar is nu in Leiden weer ongeveer op het niveau van de provincieverkiezingen van 2007. GroenLinks evenaart de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen in juni, maar weet de goede uitslag van de Europese verkiezingen niet te evenaren. De SP lijkt weer uit een dal te klimmen en boekt de beste uitslag van de laatste vier verkiezingen, hoewel onder de topscore uit 2007.

De PVV wist in Leiden, net als in de rest van het land, haar topscore van juni niet te evenaren en viel terug tot onder de 10%. Dat lijkt ook in Leiden met de opkomst samen te hangen: in stembureaus waar meer kiezers kwamen opdagen, stemden significant minder mensen op de PVV (correlatie -0.57). De PVV verloor ten opzichte van juni vooral in de wijken waar ze het eerst goed deed: Leiden Noord en de Stevenshof (in beide wijken van ongeveer 25% naar ongeveer 15). Bij de VVD is een soortgelijke terugval ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen te zien, zij het minder sterk. Al met al kregen de landelijke coalitiepartijen in de sleutelstad dus minder stemmen dan bij de Tweede Kamerverkiezingen in juni. Of dat nu komt doordat mensen van mening zijn veranderd of omdat de opkomst onder VVD-, CDA- en PVV-kiezers lager is, kunnen we op basis van deze cijfers moeilijk zeggen, maar blijkbaar is het enthousiasme onder deze kiezers in ieder geval beperkt.
Uitslag in Leiden uitgesplitst naar politieke blokken

Stemgedrag per wijk
Net als in eerdere verkiezingen waren de kiezers voor de verschillende partijen niet gelijk over de stad verdeeld. In de onderstaande tabel staan de percentages voor elke partij in de negen kiesdistricten van Leiden (en stembureau Leiden Centraal). De gekleurde balkjes geven aan waar partijen het relatief goed deden. Zo scoorde D66 in alle wijken boven de 10 procent, maar wist ze vooral in de Binnenstad en het Boerhaavedistrict goed te scoren. Hetzelfde patroon zien we bij GroenLinks, terwijl PVV en SP juist in deze wijken zwak scoren: zij doen het goed in Noord en de Stevenshof. De PvdA houdt een beetje in het midden: goede scores in Noord/Stevenshof, maar ook in de wijken in het Zuiden en Zuid-Oosten van de stad. Nieuwkomer 50PLUS doet het net als CDA en VVD goed in de wijken buiten het centrum.
Stempercentages Provinciale Staten 2001 per wijk

De gegevens uit de tabel zijn gevisualiseerd in onder staand figuur (met behulp van een correspondentieanalyse). In deze 'ruimte' staan zowel partijen als wijken. Als een partij dicht bij een wijk staat, betekent dit dat de partij het relatief goed deed in die wijk. Staan ze ver af van een wijk, dan deed de partij het daar relatief slecht. De gegevens uit de tabel kunnen niet perfect worden weergegeven in het tweedimensionale figuur, maar geeft toch een redelijke indruk van de patronen. Er lijken twee tegenstellingen een rol te spelen. Aan de ene kant zijn er 'volkswijken' tegenover 'liberale wijken': ofwel wijken waar volkspartijen als PVV, SP (en nu ook weer de PvdA) het relatief goed deden (bijv. Stevenshof, Mors, Noord), en wijken waar D66, GroenLinks en in mindere mate de VVD goed scoorden (m.n. Binnenstad, Boerhavedistrict en Stationsdistrict). Daarnaast lijkt er een tegenstelling tussen de woonwijken aan de rand van de stad, waar CDA, VVD en 50PLUS goed scoorden, en de wijken die in of dicht bij het centrum liggen. De hier gevonden stempatronen lijken erg op die bij de Gemeenteraadsverkiezingen en Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar. 



Voorkeursstemmen
Van de ruim 54.000 stemmen in Leiden werden er uim 25.500 niet op de lijsttrekker uitgebracht. In de top-10 van voorkeursstemmen zien we daarom ook een aantal runners-up terug. Bij de nummers twee van PvdA en VVD zal hun Leidse achtergrond daarbij vast een rol hebben gespeeld. De nummer twee van GroenLinks, afkomstig uit Voorschoten, wist in Leiden zelfs meer stemmen te halen dan haar lijsttrekker. GroenLinkers zijn dan ook notoire hoogste-vrouw stemmers. 

Voorkeursstemmen in Leiden (PS 2011)
In de top-10 van Leidse kandidaten doen zoals te verwachten vooral de hooggeplaatste politici het goed. Desalniettemin deden bijvoorbeeld Eva de Bakker (SP) en Joost Röselaers (D66) het behoorlijk goed voor kandidaten die vijfde respectievelijk achtste waren geplaatst. Opvallend is ook de goede score van raadslid en D66-kandidaat nummer 42, Elze 't Hart. 

Voorkeursstemmen in Leiden op Leidse kandidaten (PS 2011)

De verdeling tussen mannen en vrouwen was opvallend gelijk. In totaal stemde 50,5% van de Leidse kiezers op een man en 49,5% op een vrouw. Dit vertaalt zich echter niet in een gelijke verdeling in de staten, waar 'slechts' 19 van de 55 gekozenen vrouw zijn.

Met dank aan de gemeente Leiden voor het beschikbaar stellen van de data. Zie de gemeentelijke website voor meer verkiezingsuitslagen.

zaterdag 13 maart 2010

Gemeenteraadsverkiezingen Leiden 1990-2010: Trends

De uitslagen van de recente gemeenteraadsverkiezingen werden natuurlijk vergeleken met die van vier jaar geleden. Er waren grote verschuivingen in vele gemeenten, zeker ook in Leiden. Maar er wordt niet echt gekeken naar het beeld op een wat langere termijn. Dat historische beeld zegt juist ook iets over hoe uitzonderlijk (of niet) de meest recente uitslagen zijn. Is het een eenmalige 'anomalie', een trendbreuk of past het in het langetermijnplaatje?



In de grafiek hierboven staat het percentage van de stemmen voor de 'rechtse' partijen in Leiden in de periode 1990-2010 (alleen partijen die nu nog in de raad zitten), ontleend aan de rapportages van de gemeente Leiden. Het onderscheid hier tussen links en rechts is overigens puur om de grafiekjes leesbaar te houden.
De VVD is sinds de verkiezingen van 1994 de grootste partij in dit blok, met als hoogtepunt de verkiezingen van 1998. Dat beeld komt natuurlijk overeen met de goede uitslag van de VVD bij de Tweede Kamerverkiezingen van dat jaar. Daarna gaat het steeds minder goed met de VVD: in 2002 en 2006 een scherpe daling en nu stabilisering. Voor de VVD geldt desondanks (net als voor een aantal andere partijen) dat de verkiezingen van 2010 de slechtste uitslag in 20 jaar lieten zien.

Voor het CDA is het beeld ook niet al te florisant. Met name in de jaren 1990 is er een sterke teruggang van het stemmenaantal te zien. In 2002 weet de partij, net als landelijk, een verbetering te boeken, al is het maar een kleine 2 procentpunt. Daarna gaat het weer steeds iets achteruit. Ook voor het CDA is 2010 de slechtste uitslag in 20 jaar.

De derde partij in deze groep, Stadspartij Leiden Ontzet (SLO) heeft zichzelf steeds weten te verbeteren. Vier jaar geleden was dat natuurlijk gemakkelijk, want toen deed de partij voor het eerst mee. Maar in de afgelopen verkiezingen werd de positieve lijn doorgezet.
Dat kan niet worden gezegd van Leefbaar Leiden. Na een sterk debuut in 2002, moest de partij steeds inleveren. Ook de recente flirt met het gedachtegoed van Wilders heeft daar geen verandering in weten te brengen.
De ChristenUnie boekte vier jaar geleden de beste uitslag in 20 jaar (voor 2000 zijn dit resultaten van RPF en GPV). Zoals bekend is het de partij niet gelukt dit vast te houden; men zakte terug naar een meer 'normaal' niveau.



Ter linkerzijde zien we een dalende trend voor de grootste partij, de PvdA. Vergeleken met CDA en VVD heeft deze bestuurderspartij het relatief goed weten te doen tot en met 2006. De laatste uitslagen zijn echter meer in lijn met een dalende trend voor de partij. De partij was bij de laatste verkiezingen voor het eerst sinds 1994 niet de grootste. Ook voor de PvdA gaf 2010 de slechtste uitslag in 20 jaar.

De SP laat juist een stijgende lijn zien: in 1990 moest de partij het nog doen met 4,4% van de stemmen, in 2006 waren dat er bijna 4 maal zo veel (16,4%). Bij de laatste verkiezingen moest de partij echter weer inboeten, hoewel het resultaat nog wel duidelijk beter is dan in 2002 en 1994.

De resultaten voor GroenLinks waren in Leiden het beste in 1998: 15,5% van de stemmen. Daarna verloor de partij echter steeds terrein, soms iets meer (in 2006) en soms iets minder (2002 en 2010). Daarmee staat ook GroenLinks op de slechtste score in twintig jaar.

D66 was de grote winnaar van de verkiezingen in 2010. Dat is ook wel de zien aan de sterk stijgende lijn tussen 2002 en 2010. Met deze monsterzege werd een neergaande trend voor de partij doorbroken: de partij was immers gezakt van 17,9% (1990) tot 6,3% (2006). Wellicht valt hier voor de partijen die in 2010 hun slechtste resultaat boekten hoop uit te putten: dalende trends kunnen worden doorbroken.

Het algemene beeld is dus negatief voor de meeste bestuurderspartijen. De vier oude coalitiepartijen (PvdA, VVD, CDA, GroenLinks) behaalden allemaal hun slechtste uitslag van de afgelopen 20 jaar. Anderen (CU, SP) verloren wel, maar gingen vooral terug naar het 'normale' niveau. D66 wist de dalende trend van de laatste 15 jaar juist om te draaien met een zeer goede uitslag. Dat wordt nog een zware kluif bij de volgende verkiezingen: de partij heeft het vele malen beter gedaan dan 'normaal', en zal bij de volgende verkiezingen worden afgerekend als belangrijkste bestuurderspartij. We weten van de landelijke politiek dat dat voor D66 altijd moeilijk is geweest.

zondag 7 maart 2010

Winst en verlies in Leiden 2010: Verklaringen

In mijn vorige blogpost liet ik aan de hand van cijfers van de Gemeente Leiden zien in welke Leidse districten politieke partijen wonnen en verloren ten opzichte van de verkiezingen van 2006. Ik ging niet zozeer in op de verklaring van deze patronen, vooral omdat ik daar geen specifieke gedachten over had. Toch zijn er natuurlijk kwesties die vaak worden genoemd: Oostvlietpolder, Ringweg en RijnGouweLijn. Daarnaast zou een algeheel ongenoegen over de eigen leefomgeving kunnen meespelen in de stemkeuze. Een aantal van deze verklaringen voor de winst of verlies van partijen kunnen we met cijfermateriaal onderzoeken. Ik richt me hier op de RijnGouweLijn en de leefomgeving.




Over de RGL is in 2007 een referendum gehouden in Leiden. Daaruit bleek een groot verzet tegen de tramlijn onder de Leidse bevolking. Er zijn echter wel duidelijke verschillen tussen de Leidse districten (zie grafiek): in het Roodenburger-, Bos- en Gasthuis-, Merenwijk- en Stevenshofdistrict was het aantal nee-stemmers duidelijk groter dan in de andere districten.

Een tweede verklaring voor stemgedrag kan een negatief oordeel over de eigen leefomgeving zijn. Mensen die het idee hebben dat hun leefomgeving achteruit gaat, vertalen dat wellicht eerder in een stem op een oppositiepartij. De Gemeente heeft hier onderzoek naar gedaan in 2007. Er werd gevraagd of men het idee had of de leefomgeving voor- of achteruit was gegaan (of gelijk gebleven). Ook hier zien we verschillen tussen de wijken: het gevoel van achteruitgang van de leefomgeving is het sterkste in de Stevenshof, Noord en in mindere mate de Merenwijk.

Deze cijfers kunnen worden vergeleken met de relatieve winst en verlies van partijen in alle wijken. Dit geeft enig inzicht in de mate waarin deze variabelen een rol spelen. Toch is hierbij enige voorzichtigheid geboden: dit zijn allemaal gegevens over de districten, niet over individuen in de districten. Snelle conclusies op basis van dit soort gegevens kunnen leiden tot een ecological fallacy. In onderstaande grafiek staat de correlatie tussen de relatieve winst/verlies van elke partij (in elk district) en elk van de verklarende variabelen (in elk district). De sterke positieve waarde van SP voor Leefbaarheid geeft bijvoorbeeld aan dat de SP vooral goed scoorde (= minder verloor t.o.v. 2006) in wijken waar meer mensen vonden dat hun wijk achteruit gaat. Getallen van boven de +- 0.55 leveren steeds een statistisch significant verband op (niveau 0.05).



Voor de PvdA en het CDA zien we een redelijk sterk negatief verband tussen Leefomgeving en RGL Nee en winst of verlies in de verkiezingen. Dit betekent dat deze partijen vooral verloren t.o.v. 2006 in wijken waarin veel mensen vonden dat de leefomgeving achteruit was gegaan en in wijken waarin relatief veel mensen tégen de RGL hebben gestemd. Natuurlijk verliest de PvdA overal, maar vooral in de wijken die sterk tegen RGL en negatief gestemd waren over de RGL.

Voor andere partijen zien we een positief verband tussen het aantal mensen dat tegen de tram stemde en het resultaat bij de verkiezingen: SP, D66 en Leefbaar Leiden. Dit zijn allen tegenstanders van de RGL. Hoewel ook andere partijen zich hebben verzet tegen de tram (CU, SLO), maar we zijn daar op wijkniveau geen effect van. Voor GL, VVD, SLO en CU zijn er geen duidelijke effecten op wijkniveau te zien van de tram.

Als we kijken naar de leefomgeving, zien we dat met name SP, VVD, CU, LL en SLO het relatief goed hebben gedaan in wijken waar men negatief was over de leefomgeving. Met uitzondering van de VVD waren dit allemaal oppositiepartijen. Wellicht heeft de VVD met de boodschap van 'harde aanpak van criminaliteit' juist ook deze kiezers weten aan te spreken. Voor D66 en GL zien we hierbij op wijkniveau geen verschillen.

Hoewel deze gegevens op wijkniveau tot voorzichtige conclusies nopen, bevestigen de gegevens de te verwachten patronen: partijen die tegen de RGL waren winnen vooral (of verloren minder) in wijken waar men in grote getale tegen de tram stemde. En oppositiepartijen deden het beter in wijken waarin bewoners het gevoel hadden dat de wijk achteruit ging. Dit ging met name op voor de rechtse partijen en de SP. Opvallend is wel dat het verlies van GroenLinks op deze manier niet te verklaren is. Dit verlies was ook redelijk gelijk verspreid over de stad. Wellicht is het te verklaren door andere factoren (Oostvlietpolder, vertrek uit college).