De zorgvuldige manier waarop GroenLinks naar eigen zeggen de lijsttrekker wil aanwijzen, wordt de laatste week in rap tempo ingehaald door de realiteit. De wens om de lijsttrekkerskandidaten drie weken lang geheim te houden bleek irreëel en op de geslotenheid van de procedure werd kritiek geuit. Toch is de manier waarop de kandidatuur van Dibi wordt weggezet als ‘dolkstoot in de rug’ en ‘interne strijd’ overdreven. Integendeel, vanuit democratisch perspectief moet deze worden toegejuicht. De conclusie van NRC-redacteur Thijs Niemantsverdriet dat een lijstrekkersstrijd waarschijnlijk zal uitmonden in moddergooien en een verdeeld GroenLinks, is voorbarig.
maandag 14 mei 2012
zondag 29 april 2012
Hoe GroenLinks is het Lenteakkoord?
Het akkoord tussen VVD, CDA, D66, GroenLinks en de
ChristenUnie is door vele aanhangers van die partijen enthousiast onthaald.
Zelfs door veel partijleden van GroenLinks, de meest linkse partij binnen deze
combinatie, wordt het akkoord bejubeld. Men vindt het positief dat GroenLinks
verantwoordelijkheid neemt en dat een aantal gehate maatregelen van Rutte-I
wordt teruggedraaid. Tegenstanders van wat zij het Kunduz-akkoord noemen, wijzen
er echter op dat veel plannen van Rutte in het Lenteakkoord onaangetast blijven
en dat het, in hun ogen, dus te weinig zoden aan de dijk zet. Dat roept de
vraag op hoe GroenLinks de inhoud van het akkoord werkelijk is.
Hieronder vergelijk ik de maatregelen uit het Lenteakkoord
van VVD,CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie met ‘Hart voor de toekomst’, het
Catshuisalternatief dat GroenLinks enkele weken geleden presenteerde. Ik kijk
in hoeverre de maatregelen uit het Lenteakkoord overeenkomen met de plannen van
GroenLinks (niet omgekeerd). Daarbij maak ik een onderscheid tussen maatregelen
die vrijwel gelijk zijn aan de GroenLinksplannen (3), maatregelen die
grotendeels gelijk zijn (2), maatregelen die enigszins in de richting gaan van
GroenLinks wil (1), maatregelen die niet terug te vinden zijn bij GroenLinks of
een status quo handhaven die GroenLinks wil veranderen (0) en maatregelen die de
omgekeerde richting ingaan van wat GroenLinks voorstaat (-1). Natuurlijk is een
dergelijk oordeel nooit geheel objectief, maar het loont om in ieder geval een
poging te doen de verschillen tussen het Lenteakkoord en de GroenLinksplannen (en
bijbehorende CPB-doorrekening) systematisch te analyseren.
zondag 22 april 2012
Na de breuk: het electorale speelveld
Nu Wilders zijn rechte rug verkiest boven politieke invloed - als hij met VVD en CDA niet tot een compromis kan komen, in welk verband dan wel? - zijn nieuwe verkiezingen onvermijdelijk. De oppositie juicht, maar moet ook constateren dat het kabinet (als altijd) door interne verdeeldheid tot een voortijdig einde kwam. De rechtse partijen staan electoraal weliswaar op verlies, maar er is geen duidelijk alternatief. Het electorale veld is versnipperd.
Speelveld
Een doorrekening van de gegevens uit de peilingen, inclusief de recente peiling van De Hond, bevestigt de patronen die we al langere tijd zien. Vooralsnog ligt het electorale speelveld er gunstig bij voor SP, VVD en D66. De SP staat volgens het 'Pooling the Polls' model nu op 26 tot 30 zetels, waarschijnlijk 28. De VVD wint licht en gaat naar 34, terwijl D66 op 15 zetels staat. De PvdA moet van ver komen, maar laat sinds het vertrek van Cohen een opleving zien; de sociaal-democraten staan nu op 26 zetels.De PVV heeft het de laatste tijd wat lastiger en staat nu op 18 zetels. Het is onduidelijk hoe de recente breuk zal uitpakken voor de partij van Wilders. Hijzelf ging weer 'vol op het orgel' en zette daarbij de populistische registers volledig open: we moeten niet willen voldoen aan Brusselse regels die onze ouderen in de kou laten staan. Dat de 3% begrotingsnorm ook in het gedoogakkoord stond en de handhaving ervan door de PVV ook in de afgelopen periode meermaals is gesteund, mag niet deren. Tot nu toe is Wilders met dit soort koerswijzigingen altijd weggekomen, dus waarom nu niet?
zondag 18 maart 2012
Hoeveel won de PvdA door leiderschapsverkiezing?
De afgelopen weken wist de PvdA door het vertrek van Cohen en de daaropvolgende verkiezing voor een nieuwe politiek leider de aandacht stevig op zich te vestigen. Vele partijleden toonden zich gelukkig met het feit dat hun partij weer eens positief in het nieuws kwam. In dat opzicht heeft de interne strijd de PvdA veel goeds gebracht.
In de peilingen laat de PvdA de laatste weken ook een opgaande lijn zien. Sinds het opstappen van Cohen won de PvdA maar liefst 7 zetels in de peilingen van Maurice de Hond, van 14 naar 21, een stijging van maar liefst 50%. Is het effect van de interne politieke strijd echt zo sterk? Waarschijnlijk niet. Als we alle peilingen meenemen, zien we slechts een beperkte stijging van de electorale kansen van de PvdA gedurende de interne verkiezing.
In onderstaand figuur is de verwachting van mijn 'Pooling the Polls' model voor de PvdA weergegeven sinds 1 februari. De zwarte lijn geeft het stemmenpercentage van de PvdA volgens het model. De gekleurde punten vertegenwoordigen de peilingen van De Hond (rood), de Politieke Barometer (blauw) en TNS-NIPO (groen). Allereerst valt op dat er maar een beperkt aantal peilingen is geweest in de periode van de leiderschapsverkiezing. Daardoor is het betrouwbaarheidsinterval van het model breed: we weten op basis van de beschikbare peilingen dus niet zo heel veel over de electorale steun voor de PvdA.
Wat we uit de peilingen wel kunnen afleiden is het volgende. Net voor het vertrek van Cohen stond de partij op ongeveer 12%. In de verwachting van De Hond scoorde de partij op dat moment uitzonderlijk laag met maar iets meer dan 9%. Dat kwam waarschijnlijk door het feit dat de wekelijkse peiling van De Hond de enige was die de ruzie in de fractie naar aanleiding van de brief van Frans Timmermans goed kon meenemen. Waarschijnlijk onderschat het 'Pooling the Polls' model het stemmenpercentage van de PvdA net voor het vertrek van Cohen dus enigszins. Dat laat onverlet dat de 9% voor de PvdA (14 zetels) een scherp dieptepunt was. Ook zonder het vertrek van Cohen zou de partij zich daarvan waarschijnlijk redelijk gemakkelijk hebben kunnen herstellen - ruzies lijken door de meeste kiezers na een paar weken immers weer vergeten te zijn.
Als we 12% als baseline nemen voor de start van de leiderschapsverkiezing, in plaats van de 9% van De Hond, valt de electorale stijging van de PvdA relatief mee. In de meest recente schatting, zou de PvdA zo'n 14% van de stemmen krijgen. Dat betekent een stijging van 2%, ofwel 3 zetels gedurende de laatste drie weken (die stijging is statistisch significant). Dat is ook ongeveer de stijging die de minder frequente peilingen van de Politieke Barometer laten zien.
Als we alle beschikbare gegevens meenemen, blijkt dus dat de electorale kansen van de PvdA gedurende de leiderschapsverkiezing wel zijn gestegen, maar dat het effect beperkt is tot ongeveer 3 zetels (voor zover we de stijging daadwerkelijk kunnen toeschrijven aan de interne verkiezing, maar dat ligt in de rede). Veel belangrijker zal de 'nieuwe energie' zijn die de campagne ogenschijnlijk heeft gebracht. Als Samsom er in slaagt om dat gevoel te bewaren en weet om te zetten in een krachtige oppositie, dan kan de PvdA de weg omhoog weer terugvinden.
In de peilingen laat de PvdA de laatste weken ook een opgaande lijn zien. Sinds het opstappen van Cohen won de PvdA maar liefst 7 zetels in de peilingen van Maurice de Hond, van 14 naar 21, een stijging van maar liefst 50%. Is het effect van de interne politieke strijd echt zo sterk? Waarschijnlijk niet. Als we alle peilingen meenemen, zien we slechts een beperkte stijging van de electorale kansen van de PvdA gedurende de interne verkiezing.
In onderstaand figuur is de verwachting van mijn 'Pooling the Polls' model voor de PvdA weergegeven sinds 1 februari. De zwarte lijn geeft het stemmenpercentage van de PvdA volgens het model. De gekleurde punten vertegenwoordigen de peilingen van De Hond (rood), de Politieke Barometer (blauw) en TNS-NIPO (groen). Allereerst valt op dat er maar een beperkt aantal peilingen is geweest in de periode van de leiderschapsverkiezing. Daardoor is het betrouwbaarheidsinterval van het model breed: we weten op basis van de beschikbare peilingen dus niet zo heel veel over de electorale steun voor de PvdA.
![]() |
| Geschat stemmenpercentage (zwarte lijn met 95% Bayesiaans betrouwbaarheidsinteval in het grijs) voor de PvdA in de periode februari-maart 2012 op basis van de 'Pooling the polls' methode. |
Wat we uit de peilingen wel kunnen afleiden is het volgende. Net voor het vertrek van Cohen stond de partij op ongeveer 12%. In de verwachting van De Hond scoorde de partij op dat moment uitzonderlijk laag met maar iets meer dan 9%. Dat kwam waarschijnlijk door het feit dat de wekelijkse peiling van De Hond de enige was die de ruzie in de fractie naar aanleiding van de brief van Frans Timmermans goed kon meenemen. Waarschijnlijk onderschat het 'Pooling the Polls' model het stemmenpercentage van de PvdA net voor het vertrek van Cohen dus enigszins. Dat laat onverlet dat de 9% voor de PvdA (14 zetels) een scherp dieptepunt was. Ook zonder het vertrek van Cohen zou de partij zich daarvan waarschijnlijk redelijk gemakkelijk hebben kunnen herstellen - ruzies lijken door de meeste kiezers na een paar weken immers weer vergeten te zijn.
Als we 12% als baseline nemen voor de start van de leiderschapsverkiezing, in plaats van de 9% van De Hond, valt de electorale stijging van de PvdA relatief mee. In de meest recente schatting, zou de PvdA zo'n 14% van de stemmen krijgen. Dat betekent een stijging van 2%, ofwel 3 zetels gedurende de laatste drie weken (die stijging is statistisch significant). Dat is ook ongeveer de stijging die de minder frequente peilingen van de Politieke Barometer laten zien.
Als we alle beschikbare gegevens meenemen, blijkt dus dat de electorale kansen van de PvdA gedurende de leiderschapsverkiezing wel zijn gestegen, maar dat het effect beperkt is tot ongeveer 3 zetels (voor zover we de stijging daadwerkelijk kunnen toeschrijven aan de interne verkiezing, maar dat ligt in de rede). Veel belangrijker zal de 'nieuwe energie' zijn die de campagne ogenschijnlijk heeft gebracht. Als Samsom er in slaagt om dat gevoel te bewaren en weet om te zetten in een krachtige oppositie, dan kan de PvdA de weg omhoog weer terugvinden.
zondag 11 maart 2012
PvdA lijkt sociaal-economisch meer op GroenLinks, dan op de SP
PvdA-Kamerlid Diederik Samsom claimde tijdens een aantal verkiezingsdebatten in het kader van het ledenreferendum over het fractievoorzitterschap dat de PvdA op sociaal-economisch gebied net zo ver afstaat van de SP als van GroenLinks. Daar waar andere kandidaten in GroenLinks de grootste geestverwant zagen, benadrukte Samsom, zeker op sociaal-economisch gebied, de verschillen met de partij van Jolande Sap. Die partij zou volgens Samsom de laatste tijd wel erg zijn afgedreven naar rechts. Analyse van de antwoorden van partijen in de kieswijzers laat echter zien dat de PvdA op sociaal-economisch gebied iets dichter bij GroenLinks staat dan bij de SP. Met het 'afdrijven' van GroenLinks valt het ook reuze mee.
In de StemWijzer van 2010 waren 10 stellingen opgenomen die duidelijk onder de noemer 'sociaal-economisch' zijn te vatten: werken, wonen, belastingen, onderwijs en zorg (zie onderaan). Op 8 van de 10 stellingen gaven PvdA en GroenLinks hetzelfde antwoord. Alleen op het gebied van afschaffen van studiebeurzen en beperking van de WW waren (en zijn) de partijen het oneens. Overigens zijn beide partijen voor een vorm van een sociaal leenstelsel of studietax, maar gaven ze wel een verschillend antwoord op de stelling. Er is dus maar één punt in de StemWijzer waarover PvdA en GroenLinks het echt oneens zijn.
De PvdA en de SP waren het op de sociaal-economische stellingen in de StemWijzer op drie punten oneens: AOW-leeftijd, scheefwonen en hypotheekrenteaftrek. De SP en PvdA antwoordden op die laatste stelling weliswaar anders, maar in feite willen beide partijen een hervorming/beperking van de hypotheekrenteaftrek. Op het punt van het sociaal leenstelsel gaven SP en PvdA hetzelfde antwoord, maar toonde de PvdA zich wel voorstander van een sociaal leenstelsel, in tegenstelling tot de SP. De partijen namen dus op twee á drie punten een ander standpunt in. Het verschil tussen PvdA en GroenLinks is in de StemWijzer iets kleiner dan het verschil tussen PvdA en SP.
![]() |
| Partijposities op sociaal-economische onderwerpen in het Kieskompas van 2010 |
In de concurrerende stemadvieshulp, Kieskompas, stond de PvdA nog dichterbij GroenLinks. Als we het tweedimensionale politieke landschap van het Kieskompas bekijken op de onderwerpen zorg, onderwijs, inkomen, werk en wonen, stond GroenLinks en PvdA erg dicht bij elkaar (op de links-rechtsschaal zelfs op exact dezelfde positie), terwijl de SP bijna helemaal links gepositioneerd was.
De meeste verschillen tussen de linkse partijen in het Kieskompas betreffen verschillen in gradatie: zo is de SP het 'helemaal niet eens' met liberalisering van de huren, terwijl PvdA en GroenLinks het er (gewoon) 'niet mee eens zijn'. Als we de posities van de partijen op de vijfpuntsschalen bij elkaar optellen, dan is de afstand tussen SP en PvdA 12 en de afstand tussen PvdA en GroenLinks 7. Ook hier staat de PvdA dus dichterbij GroenLinks dan de SP. Er zijn slechts een paar thema's waarbij partijen het over de richting van het beleid oneens zijn. PvdA en SP zijn het volgens het Kieskompas oneens over de AOW en studiefinanciering, terwijl PvdA en GroenLinks het oneens zijn over de versobering van de WW.
In beide kieshulpen staat de PvdA dus iets dichterbij GroenLinks dan bij de SP. Overigens moeten de verschillen tussen de partijen niet overdreven worden: op de meeste onderwerpen is men het eens, zeker over de richting van het beleid. Natuurlijk zijn er andere bronnen dan kieshulpen om de programma's van partijen te vergelijken, maar stemadvieshulpen geven over het algemeen een redelijk goede indruk van de posities van partijen op de belangrijkste (verkiezings)onderwerpen.
Samsom heeft gelijk dat de PvdA tussen de SP en GroenLinks in staat op sociaal-economisch gebied, maar wel dichterbij GroenLinks. Zijn uitspraak dat dit het gevolg is van het 'naar rechts afdrijven' van GroenLinks is echter problematisch. Op veel sociaal-economische onderwerpen lijkt de traditionele links-rechtstegenstelling namelijk vervangen te zijn door een onderscheid tussen hervormers en conservatieven. De SP behoort duidelijk tot de laatste groep, terwijl GroenLinks zichzelf graag ziet als hervormingsgezind. De belangrijkste vraag is dan ook waar Samsom de PvdA naartoe wil brengen.
![]() |
| Antwoorden van partijen op sociaal-economische stellingen in de StemWijzer |
donderdag 26 januari 2012
Lichte daling ledenaantallen politieke partijen
De Nederlandse politieke partijen verloren vorig jaar gezamenlijk 2,1% van hun leden. Dat blijkt uit cijfers (pdf) van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Vooral het CDA (-7%), SP (-4,6%) en GroenLinks (-3,5%) verloren, terwijl PvdD (+5,5%), D66 (+1,8%) en SGP (+1,3%) winst boekten. De nieuwe partij 50+ heeft nu 1321 leden.
In totaal schreven meer dan 20.000 mensen zich (op)nieuw in als partijlid, terwijl van bijna 27.000 personen het lidmaatschap werd beëindigd. De grote drie partijen verloren het meest, maar ook de kleinere partijen gezamenlijk (inclusief SP) zagen vorig jaar meer leden gaan dan komen. In de voorafgaande jaren was juist een stijging te zien in het ledenaantal van de kleintjes.
Er zijn wel grote verschillen tussen partijen. Als we kijken naar de laatste tien jaar zien we vooral bij het CDA een constante afname van het aantal leden. Alleen rond de verkiezingen van 2006 bleef het ledenaantal ongeveer stabiel. De PvdA wist tot 2007 een kleine ledenwinst te boeken, maar leverde die de afgelopen jaren weer (meer dan) in. De SP steeg aanvankelijk snel, met name in 2002 en 2003, maar ook de socialisten verliezen de laatste jaren. De VVD laat de laatste drie jaar juist weer enig herstel zien. Het succes onder Rutte zal hierbij ongetwijfeld een rol spelen.
De SGP is qua ledenaantal momenteel de vijfde partij en laat een zeer constante (kleine) stijging zien. GroenLinks is net iets kleiner; vooral in de verkiezingsjaren 2002, 2006 en 2010 deed de partij het goed. D66 klimt sinds 2008 snel uit het dal en verdubbelde daarmee het ledenaantal ten opzichte van een aantal jaren geleden. De Partij voor de Dieren laat een zeer constante stijging zien en wist zelfs in het afgelopen post-verkiezingsjaar dus een mooie ledenstijging te laten zien.
zondag 22 januari 2012
Motie-inflatie?
Afgelopen week publiceerde de Tweede Kamer haar jaarcijfers.
Opvallend was de stijging van het aantal ingediende moties. In 2010 werden nog ‘maar’
1734 moties ingediend; vorig jaar waren dat er ruim 3679, ruim een verdubbeling. Dat past
goed in het beeld van ‘motie-inflatie’: de Kamer zou het motie-instrument zo vaak gebruiken dat het bot aan het worden is. Maar is de stijging echt zo enorm?
De cijfers over de laatste zes jaar laten inderdaad een stijging zien van het aantal ingediende moties. Onderstaande grafiek
komt uit het rapport van de Tweede Kamer. Daarbij valt op dat 2010 eigenlijk
een relatief rustig jaar was. De verdubbeling die tussen 2010 en 2011 zichtbaar
wordt is dus niet representatief voor de trend van de afgelopen jaren: die was
wel stijgend, maar niet zo sterk. In vijf jaar tijd steeg het aantal ingediende
moties van 1170 tot 3679, dat is zo’n 500 moties per jaar.
![]() |
| Moties in de Tweede Kamer bron: Jaarcijfers Tweede Kamer |
Abonneren op:
Posts (Atom)







