Pages

Posts tonen met het label rutte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rutte. Alle posts tonen

woensdag 13 juli 2011

PvdA en GroenLinks: schoothondjes van Rutte?

Emile Roemer ergert zich aan de opstelling van de PvdA en GroenLinks. In een interview met NU.nl toont hij zijn verwondering over de medewerking van PvdA en GroenLinks aan sommige kabinetsmaatregelen. Zo steunde GroenLinks de missie in Kunduz en toonde de PvdA zich positief over de missie in Libië en het pensioenakkoord. Op deze manier kon Rutte volgens Roemer gemakkelijk in het zadel blijven:
“Op zulke momenten laat de oppositie het kabinet gewoon zitten. Hoe meer de oppositiepartijen dat doen, hoe meer ik ze verantwoordelijk acht voor het instandhouden van dit kabinet en de maatregelen op al die bezuinigingsterreinen.”
Volgens Roemer maken PvdA en GroenLinks het Rutte op deze manier erg gemakkelijk om lachend door te regeren:
"De oppositie moet stevig oppositie voeren op cruciale punten. Ik roep GroenLinks en zeker de PvdA op om een keer nee tegen Rutte te zeggen. Die man breekt wel met de kleinst mogelijke meerderheid sociaal Nederland af. Ze hebben zich in de luren laten leggen."
Dat is een stevige uitspraak van Roemer. Maar is het nu echt zo dat GroenLinks en PvdA aan de leiband van de premier lopen en zijn kabinet keer op keer in het zadel houden als het voor de coalitie lastig wordt? Dat beeld is sterk overdreven.

Als we kijken naar het stemgedrag van de partijen in de Tweede Kamer, zien we dat er in de periode september 2010 tot en met mei 2011 maar een kleine overeenstemming is tussen de linkse partijen en de coalitie. De PvdA stemt in 43% van de gevallen hetzelfde als de VVD, GroenLinks 37% en de SP 34%. De gelijkenissen met het CDA zijn iets groter: PvdA stemt in 50% van de gevallen hetzelfde als de christen-democraten, GroenLinks in 44% en de SP in 41%. Gedoogpartner PVV kan minder vaak op steun van SP (39%), PvdA (39%) en GroenLinks (35%) rekenen. Over het algemeen ontlopen de percentages elkaar dus niet zo veel . SP trekt relatief iets vaker op met de PVV, maar de verschillen zijn klein.




Is het dan zo dat juist GroenLinks en de PvdA de linkse bondgenoten in de steek laten? Het aantal keren dat de PvdA met VVD én CDA meestemde terwijl SP en GroenLinks dat niet deden was 118 op een totaal van 1873 stemmingen (=6,3%). De SP stemde 77 keer hetzelfde als de coalitiepartijen toen PvdA en GroenLinks dat niet deden (=4,1%). Bij GroenLinks gaat het om 55 stemmingen (=2,9%). PvdA en GroenLinks verloochenden het linkse kamp dus niet substantieel vaker dan de SP, GroenLinks deed dit zelfs iets minder vaak dan de socialisten. 



Als we kijken naar wat partijen deden als de coalitie verdeeld stemde – dus er een kans was om een wig te drijven in het rechtse kamp – is het beeld niet veel anders. Het gaat hier in totaal om 551 stemmingen. De SP stemde in zulke gevallen 160 keer met de meerderheid van de coalitie mee, GroenLinks deed dat 176 en de PvdA 182 keer. Ook hier zijn de verschillen tussen de linkse partijen dus klein.

Wellicht is de kritiek van Roemer op enkele specifieke punten terecht – niet voor niets was er bijvoorbeeld binnen GroenLinks ook veel kritiek op de wel erg gezellige samenwerking met Rutte in het Kunduz-dossier. Maar het beeld dat PvdA en GroenLinks het kabinet in het zadel zouden houden is vertekend. Bij geen van de punten die Roemer noemt stond immers de positie van het kabinet op het spel. En juist daar waar voor links de echte pijn zit - de bezuinigingen - houden de coalitiegenoten elkaar stevig vast.

Daarnaast is het voor Roemer in veel gevallen gemakkelijker om  ‘nee’ te zeggen tegen het kabinet dan voor PvdA en GroenLinks. De punten waar PVV-gedoogsteun ontbreekt, zoals Europa en vredesmissies, zijn veelal zaken waar ook de SP tegen is. GroenLinks en PvdA zijn het met sommige kabinetsmaatregelen gewoon eens, bijvoorbeeld als het gaat om het Europees beleid. Dan steeds ‘nee’ roepen uit partijpolitieke motieven lijkt is dan opportunistisch en dom tegelijk – in die gevallen moet je je onderhandelingspositie juist benutten. Als Roemer suggereert dat dit de afgelopen tijd onvoldoende is gebeurd, dan heeft hij dáárin waarschijnlijk wel gelijk.


In het kader van wat in goed Nederlands ‘full disclosure’ heet: ik ben lid van GroenLinks. (Als u het enkel om die reden met mij oneens bent, wens ik u veel succes.)

donderdag 14 april 2011

Halfjaar kabinet-Rutte: terug bij af?

In oktober 2010 tradt het meest rechtse kabinet in jaren aan: een regering met ministers van VVD en CDA, in het parlement mede gesteund door de PVV. In een aantal opzichten ging het dit kabinet voor de wind. De goedgemutste jonge premier Mark Rutte zorgde voor een verfrissend geluid vanaf de regeringszetels tijdens de belangrijke parlementaire debatten. Het kabinet kwam met maatregelen waarbij rechts Nederland onder leiding van VVD-kamerlid Aptroot de vingers aflikte: 130 op de snelweg (sommige dan), een (aangekondigde) hervorming van de politie en er mag weer gerookt worden in kleine cafés zonder personeel. Na het aftreden van het kabinet steeg dan ook de steun voor de drie coalitiepartijen in de peilingen, van iets meer dan 50% naar zo'n 53% (ongeveer 80 zetels). Maar na de affaire-Lucassen c.s., de missie in Kunduz en in de aanloop naar de Statenverkiezingen verloren deze drie partijen steeds meer terrein: nu scoren de partijen volgens de beste inschatting* minder goed dan bij de laatste verkiezingen.

De zwarte geeft de schatting van het stemmenpercentage voor VVD, PVV en CDA gezamenlijk op elke dag. Het grijze gebied geeft een 95% credibility interval (foutmarge). De gekleurde ronde bolletjes geven de uitslag van de verschillende peilingen aan: een rode P voor Peil.nl, een blauwe B voor Politieke Barometer en een groene N voor TNS NIPO.

VVD
De VVD doet het als enige coalitiepartij nog goed. De partij verloor sterk tijdens de onderhandelingen voor Paars-Plus (niet echt een favoriet bij de VVD-kiezers), maar steeg daarna gestaag door naar een hoogtepunt van 23,5% (+- 36 zetels). Met name tijdens de campagne leek de VVD het lastig te hebben, maar de laatste weken wint de partij weer terrein.



PvdA
De grootste oppositiepartij PvdA staat nog steeds op verlies ten opzichte van de Kamerverkiezingen, maar lijkt het diepste dal te hebben gehad. Sinds december is de partij bezig met een herstel, wat stevig doorzette rondom de besluitvorming inzake Kunduz. Ook de verkiezingscampagne verliep redelijk gunstig voor de PvdA, hoewel er een korte afvlakking lijkt te zijn in de laatste 2 weken voorafgaande aan die verkiezingen.


PVV
Bij de afgelopen Kamerverkiezingen werd de steun voor de PVV stevig onderschat in de peilingen (met zo'n 3%). Daar lijkt nu niet zozeer sprake van te zijn (analyse niet getoond), maar het is lastig om dat precies vast te stellen. Wat wel duidelijk is dat Wilders de goede scores van zijn partij in de zomer niet heeft weten vast te houden. Sinds de affaire-Lucassen is er sprake van een stevige afname van de steun. Na een kortstondig herstel in de eerste maanden van dit jaar, lijkt Wilders' steun opnieuw af te nemen. Hij scoort volgens de schatting nu rondom de score van 9 juni 2010.

CDA 
De steun voor het CDA blijft kwakkelen. De partij verloor sterk tijdens de onderhandelingen over de regering (zeker rondom het gedoe met de 'drie dissidenten'). Daarna was er sprake van een gedeeltelijk herstel, maar dit wil niet echt doorzetten. De afgelopen maanden is er een duidelijke golfbeweging te zien in de steun voor het CDA. Momenteel scoort de partij iets onder de 11% (+- 17 zetels).



Andere partijen

De SP lijkt garen te spinnen bij het kabinet. De partij bleef aanvankelijk hangen op het niveau van de laatste verkiezingen, maar staat daar de laatste maanden steeds ruim een procent boven. Ook D66 doet het goed en wint als de peilingen bewaarheid zouden worden nu ongeveer 1,5%punt ten opzichte van de vorige verkiezingen. GroenLinks deed het aanvankelijk goed, maar verloor duidelijk rondom de kwestie Kunduz. Er lijkt nu een licht herstel op te treden. De steun voor ChristenUnie en SGP is vrij stabiel (SGP is lastig te schatten met deze methode omdat Peil.NL en TNS-NIPO geen percentages, maar alleen zetels presenteren). De PvdD laat een golfbeweging zien rondom de huidige twee zetels.


*De genoemde cijfers zijn gebaseerd op een 'pooling the polls' model, waarbij peilingen van Peil.NL (Maurice de Hond), Synovate (Politieke Barometer) en TNS-NIPO worden gecombineerd tot een (dagelijkse) schatting van de politieke steun voor de politieke partijen. Meer uitleg staat op de site van Simon Jackman, voor wie niet bang wordt van termen als 'random walk model', 'prior' en 'Markov Chain Monte Carlo estimation'. Kortgezegd: als je de gegevens van drie peilingen combineert, weet je meer dan van een enkele peiling. Je kunt ook aangeven hoe 'zeker' de gepeilde percentages zijn (een 95% interval staat grijs geplot in de figuur).












dinsdag 26 oktober 2010

Woordkeus regeringsverklaring: Rutte-I versus Balkenende-IV

"Dit kabinet wil minder regels voor Nederlandse bedrijven." Deze zin is wellicht het meest typerend voor de regeringsverklaring die premier Rutte voorlas in de Tweede Kamer. Dit blijkt uit een vergelijking van het woordgebruik in deze regeringsverklaring met die van Balkenende-IV. In plaats van "een samenleving waarin wij samen moeten werken en samen moeten leven", besteedt Rutte-I in zijn verklaring aandacht aan "zorg, onderwijs, maar ook minder moeten gaan doen".

Onderstaande figuur bevat een analyse van het woordgebruik in beide regeringsverklaringen. Woorden die bovenaan de figuur staan, worden relatief vaak in de tekst van Rutte gebruikt, woorden onderaan juist door Balkenende (IV). Hoe hoger of lager de positie, hoe meer onderscheidend een woord is. Van woorden die in de grijze vlakken staan weten we met 90% zekerheid dat ze onderscheidend zijn voor het taalgebruik van de beide regeringen. Woorden die meer naar rechts staan, worden vaker gebruikt. Elke grijze stip staat voor één of meer woorden; de belangrijkste zijn gelabeled.



De woorden die door de beide premiers worden gebruikt reflecteren in het algemeen de politieke keuzes die worden gemaakt. Het motto van kabinet Balkenende-IV werd door de toenmalige premier vaak gebruik: "samen werken, samen leven". Rutte noemt zorg en onderwijs concreet, maar zegt ook vaak dat we het met "minder moeten gaan doen". Daarnaast besteedde Rutte relatief veel aandacht aan "regels voor bedrijven", de "crisis" en het "Nederlandse" karakter van een aantal zaken. Opvallende afwezige bij Rutte zijn woorden rondom immigratie en integratie. Hij noemt dit soort woorden wel, maar niet significant vaker dan Balkenende. Zijn echte aandacht gaat uit naar de economische thema's.

zondag 30 mei 2010

Peilingen en de winnaar van het Carrédebat

Na afloop van een politiek debat moet er om de één of andere reden altijd een winnaar worden aangewezen. Als u namelijk dacht dat zo’n debat een democratisch evenement was om de verschillen en overeenkomsten tussen partijen uiteen te zetten, heeft u het hartstikke fout. Het is een wedstrijd waarin de overtuigingskracht vooral wordt afgemeten aan de gulle lach en goede grap dan de inhoudelijke kracht van het argument. Het is immers veel makkelijker om achteraf te zeggen dat iemand er losjes bijstond dan of zijn inhoudelijke argumenten goed naar voren kwamen. Kijk de nabeschouwing er maar op na.

Om dan toch een ‘winnaar’ te kunnen uitroepen organiseerde RTL een door Synovate uitgevoerde peiling. Ongeveer 500 mensen gaven kort na het debat hun mening: wie had er gewonnen. Wat bleek: 23% vond Rutte de beste. Niet echt een grand slam, maar een duidelijke voorsprong op Halsema, de nummer twee. Overigens wisten de heren aan de nabeschouwingstafel daar weinig raad mee. Waarom was Halsema nou twee en niet Roemer? De SP-voorman had toch veel betere grappen gemaakt? Dat in een peiling met 500 mensen een verschil van 1% ruim binnen de foutmarge valt, konden de heren even niet bedenken. Of dat Halsema blijkbaar toch een bepaalde groep had weten te overtuigen ook niet.

Anderhalve dag later kwam ook Maurice de Hond met een peiling over de winnaar. Ook uit zijn peiling kwam Rutte als beste uit de bus, zelfs met een duidelijk hoger percentage: 34%. En de nummer twee was hier duidelijk Roemer, met 22%, voor Balkenende met 10%. Dat zijn nogal verschillen, ruim buiten de foutmarge. Er zijn natuurlijk vele problemen met peilingen, waardoor de foutmarge vaak groter is dan in het geval je een willekeurige steekproef zou trekken. Maar hier was volgens mij iets anders aan de hand. De peiling van De Hond werd pas de volgende dag uitgevoerd. Gedurende die dag kopten bijna alle media zoiets als: “Rutte wint; Roemer verrast”. Dat blijkt invloed te hebben: beide heren winnen zo’n 10 procentpunt ten opzichte van de Synovate peiling. Media-aandacht winnen lijkt dus minstens zo belangrijk als het winnen van het debat. Rutte verstevigt zijn positie en Roemer is ineens de Nick Clegg van de Lage Landen.


Eén kwalificatie kun je wel maken bij die uitslagen. Want het is voor de leider van een grote partij natuurlijk makkelijker om mensen te overtuigen dan voor een lijsttrekker van een kleine partij. Het gaat er om of je meer mensen overtuigt dan je eigen achterban, zoals Synovate al stelde. Die verhouding tussen winnaar van het debat zijn en het percentage stemmen in de peilingen, geeft aan wie meer dan de eigen achterban weet te overtuigen. In de grafiek zie je dat Roemer en Halsema in beide peilingen ruim boven de 100 scoren: zij overtuigen meer mensen dan de eigen achterban. In één van de twee peilingen scoren ook Rutte en Pechtold boven deze grens. Cohen doet het naar deze maatstaf duidelijk het slechtste: volgens de peiling van de Hond riep maar 7 procent hem als winnaar uit, terwijl hij wel 19 procent van de stemmen trekt.


Daarnaast is natuurlijk van belang welke kiezers iemand als winnaar uitroepen. De Hond vroeg zijn respondenten de deelnemers aan het debat op volgorde te zetten: van 1 (de beste) tot 8 (de slechtste). Het gemiddelde voor de kiezers van elke partij is hier gebruikt om een grafische weergave te maken van de verhouding tussen de kiezers van elke partij en hun scores voor de lijsttrekker. De partijlabels staan hier voor de kiezers van elke partij. Staat een groep kiezers dicht bij een lijsttrekker, dan vindt men dat deze het relatief goed heeft gedaan. Bijvoorbeeld: de PVV-kiezers waren tevreden over Wilders en Rutte, terwijl ze Cohen gemiddeld een lage ranking gaven. De CDA’ers staan dicht bij Balkenende maar ver van zowel Cohen als Wilders. De PvdA-kiezers moesten juist weer niets van Balkenende (en Wilders) hebben. Pijnlijk voor Cohen is dat zijn eigen achterban gemiddeld genomen Roemer hoger plaatste dan Cohen zelf. De twee winnaars van het debat (zeker in de peiling van De Hond) staan in het midden: Rutte en Roemer. Zij doen het goed onder kiezers van alle partijen, hoewel Rutte het duidelijk beter doet onder rechtse kiezers en Roemer onder linkse kiezers. De positie van Rouvoet is wat vertekend omdat De Hond geen informatie presenteert over de ChristenUnie kiezers, waarschijnlijk omdat die groep te klein is.

Het is interessant om te zien dat de traditionele driehoek in de Nederlandse politiek hier ook weer terug te zien is: links – economisch rechts – christelijk. Dit patroon wordt wel enigszins ‘verstoord’ doordat Rutte en Roemer het gemiddeld genomen goed hebben gedaan bij alle kiezers, maar is desalniettemin duidelijk zichtbaar, vooral in de positie van de lijsttrekkers. Kortweg: hou je van Wilders, dan moet je niets hebben van Balkenende en Cohen. Kiezersgroepen die van Balkenende houden, vinden juist Wilders en Cohen maar niks. En Cohen-getrouwen verafschuwen zowel Balkenende als Wilders. Het feit dat de ideologische tegenstellingen tussen partijen duidelijk naar voren komen laat zien dat in de beoordeling van het debat niet alleen meespeelt wie de beste debater is, maar ook welke argumenten worden gebruikt. Dat zouden de heren bij de naborrel wel wat duidelijker naar voren kunnen brengen.